Fanshop
Fanshop

Herhaling persconferentie

Feyenoord is drie competitiewedstrijden voor de winterstop weer lijstaanvoerder in de eredivisie. De ploeg van Bert van Marwijk dankte dat aan een overtuigende 5-0 zege op NEC. De overwinning op de Nijmegenaren had voor drie Feyenoorders een gouden randje. Pierre van Hooijdonk scoorde eerst z’n 250ste doelpunt in het betaalde voetbal, om er vervolgens voor de zekerheid nog een aan toe te voegen.
Said Boutahar mocht een kwartier voor tijd z’n debuut maken in Feyenoord 1. En Igor Korneev vierde z’n rentree als invaller zoals wel vaker met een goal. De personele problemen waar Feyenoord de afgelopen maanden mee wordt geconfronteerd, heeft er voor gezorgd dat de galgenhumor inmiddels z’n intrede heeft gedaan in De Kuip. Ook bij Bert van Marwijk. Gevraagd naar het aantal geblesseerden in z’n selectie haalde de trainer in aanloop naar de wedstrijd tegen NEC z’n schouders op. ‘Het zijn er zo veel’, zei de coach met een zure glimlach rond de lippen, ‘dat Mario Been, John Metgod binnenkort maar stiekem in training zullen gaan’. Maar toen NEC en Feyenoord een paar dagen later het veld betraden, bleek de rampspoed relatief mee te vallen. Van Marwijk kon dan weliswaar niet beschikken over Kees van Wonderen, de routinier die de komende week z’n hardnekkige hamstringblessure door een specialist zal laten onderzoeken, maar daar tegenover stond het meespelen van Shinji Ono. De Japanner kampte in aanloop naar het duel nog met een enkelblessure, maar bleek op het laatste moment toch fit genoeg om als linkermiddenvelder aan de wedstrijd te beginnen. Dat was overigens maar goed ook, want zo kreeg Van Marwijk de gelegenheid om Paauwe een linie te laten zakken. Hij vormde tegen NEC een centraal verdedigingsduo met De Haan. De defensie werd gecompleteerd door Jan de Visser als linksback en Chris Gyan als rechtsback, die de geblesseerde Emerton (dijbeen) verving. Feyenoord gelegenheidsdefensie kreeg tegen de Nijmegenaren alle tijd om in de wedstrijd te komen, want de Rotterdammers domineerden vrijwel vanaf het eerste fluitsignaal. Zoals wel vaker dit seizoen had Feyenoord het merendeel van de tijd het meeste balbezit. Verschil met zo veel andere wedstrijden was echter, dat het ditmaal ook al vrij snel mogelijkheden tot gevolg had. Tomasson bijvoorbeeld, was al na twee minuten in staat te scoren maar zag toen zijn schot voorlangs gaan. Het bleek de voorbode voor een hele serie Rotterdamse kansen. Van Hooijdonk kopte bijvoorbeeld een hoekschop van Ono op doel, iets wat hij later ook met een voorzet van Tomasson deed. Bij die tweede poging kreeg doelman Gentenaar de bal maar nauwelijks onder controle, maar tot afgrijzen van Bert van Marwijk langs de kant was Smolarek net te laat voor de rebound. NEC kwam het eerste half uur nauwelijks in het spel voor. Het wachten leek dan ook op een Rotterdamse openingstreffer, tot Wielaert plotseling uit het niets op doel schoot. Tot opluchting van Zoetebier eindigde zijn inzet op de paal, waarna Ax de rebound miste. Het bleek het begin te zijn van een periode waarin NEC, met ex-Feyenoorder Jarda Simr in de gelederen, plotseling aandrong. Ax mocht kort na het missen van z’n kans een voorzet vanaf rechts geven, waar Van Rijswijk bijna van kon profiteren. Zijn inzet leek in eerste instantie de hand van Paauwe te beroeren, maar van een strafschop wilde scheidsrechter Van Dijk niets weten. Dat was een geluk bij een ongeluk voor Feyenoord, dat nu tot z’n opluchting kon vaststellen dat Edwin Zoetebier de rebound van diezelfde Van Rijswijk alsnog onder controle kreeg. Het siert Feyenoord dat de ploeg niet ondersteboven raakte van het korte maar hevige Nijmeegse offensief. De ploeg bleef z’n eigen spel spelen en baarde vooral opzien door het grote aantal keren dat het er in slaagde z’n centrumspits Van Hooijdonk in stelling te brengen. Zoals in de 38ste minuut, toen de Brabander door Tomasson op avontuur werd gestuurd. Van Hooijdonk drong toen op eigen kracht het vijandelijk strafschopgebied binnen, zag Gentenaar iets te ver voor z’n doel staan en probeerde het toen met een subtiel lobje. Dat bleek iets te veel van het goede, want z’n inzet belandde achter- in plaats van in het doel. Ondanks het aantal keren dat Van Hooijdonk in stelling werd gebracht, was het toch niet Feyenoords spits die de wedstrijd openbrak. Die eer was weggelegd voor Jon Dahl Tomasson. Ook hij had een vrije doortocht naar Gentenaar, negeerde de vrij lopende Van Hooijdonk en schoot de bal vervolgens eenvoudig maar niet minder doeltreffend achter Gentenaar: 1-0. Het was de verdiende beloning voor een ploeg die de wedstrijd, op een korte fase in de eerste helft na, volledig controleerde. Maar het werd nog mooier voor de Rotterdammers, toen Feyenoord op slag van rust een vrije trap te nemen kreeg. Het leek op het eerste gezicht een positie van waaruit het moeilijk scoren zou zijn, maar sinds zijn ‘wondergoal’ in Freiburg durft niemand meer iets te zeggen wanneer Pierre van Hooijdonk achter de bal gaat staan voor een directe vrije trap. En terecht, zo bleek al snel. Want hoewel z’n eerste poging in de muur belandde, had ‘Big Pete’ geen moeite met de rebound. Hij liet met een geweldig schot doelman Gentenaar kansloos en kon toen dus met een gerust hart z’n shirt over z’n hoofd trekken en het publiek een blik gunnen op z’n ondershirt. Daarop refereerde hij met grote letters aan het 250ste competitiedoelpunt in het betaalde voetbal dat hij zojuist had gescoord. Tomasson en Van Hooijdonk hadden er dus voor gezorgd dat Feyenoord met een opgeruimd gevoel aan de laatste vijfenveertig minuten kon beginnen. Het werd dan ook steeds leuker in De Kuip. Eerst had Smolarek geluk toen hij in het zestienmetergebied tegen het onderbeen van Koning trapte, onderuit ging en werd beloond met een strafschop. Dat betekende dus doelpunt nummer 251 voor Van Hooijdonk. Ook na die 3-0 bleef het kansen regenen in De Kuip. De Visser gaf een goede voorzet af, maar zag de bal door zowel Smolarek als Tomasson gemist worden. Het bleek uiteindelijk uitstel van executie voor de ploeg van Johan Neeskens, want binnen het uur was het alsnog voor de vierde keer raak voor de thuisploeg. Tomasson verlengde een voorzet met de borst en deed de bal voor de voeten van Bosvelt belanden, die met een hard schot aan alle onzekerheid een einde maakte: 4-0. Van Marwijk kon toen met een gerust hard Patrick Paauwe wat rust gunnen en Civard Sprockel was extra speelminuten gunnen. Heel even leek dat een gouden wissel, want het eerste de beste balcontact van de Feyenoorder kon slechts met de grootst mogelijke moeite door Rob Wielaert van de lijn worden gehaald. Het bleef vervolgens Rotterdamse kansen regenen, maar gescoord werd er – ondanks goede pogingen van onder anderen Smolarek, Tomasson en Van Hooijdonk – niet meer. Slechts voor Said Boutahar en Igor Korneev werd de slotfase zo iets speciaals. Boutahar mocht een kwartier voor tijd debuteren als invaller voor aanvoerder Bosvelt en Korneev deed wat hij al zo vaak flikte in de Kuip: hij vierde z’n rentree als invaller van Tomasson vrijwel direct met een goal: 5-0. (KLIK HIERONDER VOOR DE STATISTIEKEN)