Fanshop
Fanshop

Historie

Vraag tien Feyenoord-supporters naar het mooiste moment uit de historie van hun club en er ontbrandt een discussie waar geen einde aan komt.

Lees hieronder over de volledige geschiedenis van Feyenoord.

Klik hier voor een PDF met de volledige historie van Feyenoord per periode.

Het begin

Feyenoord Rotterdam is een club met een rijke historie. Een historie die begint op 19 juli 1908. Op die dag wordt in koffiehuis De Vereeniging door vier enthousiaste jonge mannen een voetbalclub opgericht, Wilhelmina genaamd. De naam en het tenue van de club veranderen in de jaren daarna nog enkele keren, maar op 15 juli 1912 krijgt de club haar definitieve naam: Rotterdamsche Voetbal Vereeniging Feijenoord. De club gaat spelen in het inmiddels klassieke tenue: een rood-wit shirt met zwarte broek en zwarte kousen met een rood-witte band. 

Hoewel Feyenoord tweemaal van speellocatie wijzigde is Rotterdam-Zuid altijd de basis van de club geweest. Het gebied ten zuiden van de Maas blijkt een voedingsbodem voor succes. Promoties volgen elkaar in rap tempo op en twee weken voordat Feyenoord het 12,5 jarig jubileum viert, zet de club de laatste stap naar de hoogste klasse van Nederland. De arbeidersclub nestelt zich tussen de zogenoemde ‘heerenclubs’, die in die jaren het voetbal domineren. Maar aan die dominantie komt snel een einde: in 1924 – zestien jaar na de oprichting en in het derde seizoen op het hoogste niveau – behaalt Feyenoord voor het eerst in de historie de landstitel. De doorbraak van de arbeidersclub uit Rotterdam-Zuid is een feit.



Door de successen van Feyenoord gloeit heel Rotterdam van trots. De arbeidersmentaliteit van de handelsstad, met de vele inwoners die werkzaam zijn in de haven, zit verankerd in het DNA van de club. Feyenoord is een club van aanpakken, strijd en geen woorden maar daden. De Trots van Zuid, nog steeds een van de bijnamen van Feyenoord, wordt de Trots van Rotterdam. Met de successen en het aansprekende voetbal dat gespeeld wordt, groeit ook de belangstelling van buiten de stadsgrenzen. Feyenoord wordt een nationaal geliefde club; diep geworteld in het Rotterdamse, maar met fans verspreid over het hele land. Feyenoord wordt de club van het volk, dat sinds 1937 samenkomt in het iconische stadion De Kuip. Samen met de grote, trouwe en fanatieke supportersschare behaalt de club nationale, maar ook internationale successen en groeit het uit tot de topclub die het vandaag de dag nog steeds is. 

Internationale faam
Nadat Feyenoord in de eerste helft van de jaren zestig drie landskampioenschappen heeft gevierd, groeit de honger naar internationaal succes. Een voorbode van dat succes is al te zien in 1963, wanneer Feyenoord in de halve finale van de Europa Cup 1 topclub Benfica treft. Zo’n vierduizend Rotterdamse fans geloven in een stunt en reizen de ploeg achterna naar Lissabon. 1.500 supporters doen dat met twee grote passagiersschepen, de Grote Beer en de Waterman, die onder massale belangstelling vanaf de kades tussen Rotterdam en Hoek van Holland worden uitgezwaaid. Ondanks de grote supportersschare is het Benfica van de grote meester Eusebio in de Portugese hoofdstad te sterk: het prachtige Europa Cup-avontuur eindigt met een 3-1 nederlaag.

Tastbaar succes komt er enkele jaren later wél. In de tweede helft van de jaren zestig is gebouwd aan een ijzersterk team en onder leiding van de Oostenrijkse trainer Ernst Happel werpt dat zijn vruchten af. In een elftal met topspelers als Willem van Hanegem, Rinus Israel, Wim Jansen en Coen Moulijn (met 487 duels de Feyenoorder met de meeste wedstrijden ooit) zorgt de Zweedse spits Ove Kindvall op 6 mei 1970, voor het oog van 25.000 meegereisde fans, voor wat nog altijd hét hoogtepunt is in de geschiedenis van de club. Met een leep boogballetje, diep in de verlenging, beslist hij in het kolkende San Siro in Milaan de finale van het toernooi om de Europa Cup voor Landskampioenen tegen Celtic. Feyenoord wint als eerste Nederlandse club de Europa Cup I. Honderdduizenden supporters staan een dag later op een volgepakte Coolsingel om de helden te eren. Rotterdam zindert van genot! 



Vier maanden later is het opnieuw feest in de stad. Na twee slijtageslagen tegen het spijkerharde Estudiantes de la Plata uit Argentinië, wint Feyenoord ook de Wereldbeker en mag het zich de beste van de wereld noemen. Na het 2-2 gelijkspel in de uitwedstrijd is invaller Joop van Daele in De Kuip de man van de avond. Met een harde schuiver bezorgt hij Feyenoord een 1-0 zege. Meteen daarna is de jonge Van Daele het middelpunt van tumult, als het Argentijnse duo Malbernat/Pachame het brilletje van zijn gezicht trekt en vertrapt. Naast de Europa Cup en Wereldbeker is het legendarisch geworden ‘brilletje van Van Daele’ nog altijd een van de meest bekeken relikwieën in het Feyenoord Museum.

Vier seizoenen later doet Feyenoord, nu onder leiding van trainer Wiel Coerver, weer van zich spreken in Europa, door als eerste Nederlandse club de UEFA Cup te winnen. Tottenham Hotspur is de tegenstander in de finale. In Londen wordt de schade beperkt gehouden door het favoriete Spurs op 2-2 te houden, waarna het karwei in Rotterdam afgemaakt wordt. Wim Rijsbergen en Peter Ressel zorgen voor de doelpunten die Feyenoord de prijs bezorgen. Nadat Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europa Cup 1 omhoog mocht houden, heeft het nu ook de primeur met de UEFA Cup. 

Dubbel van ’84 lichtpunt in magere jaren
Na de winst van de UEFA Cup moeten de supporters lang wachten op nieuw tastbaar succes. Behoudens de KNVB Beker in 1980 valt er pas in 1984 weer écht iets te vieren in De Kuip. De man die een groot aandeel heeft in dat succes is de grootste Nederlandse voetballer aller tijden: Johan Cruijff. Rotterdam heeft in de zomer van 1983 net op grootse wijze afscheid genomen van Feyenoord-legende Willem van Hanegem als zich de meest opvallende transfer uit het Nederlandse voetbal voltrekt. Ajax-icoon Johan Cruijff tekent voor Feyenoord! Met Thijs Libregts als trainer en Cruijff als brein wint het verder vrij onervaren elftal de dubbel, de zesde in de geschiedenis, waardoor ook Amsterdamse ‘Jopie’ kennismaakt met de Coolsingel.

Het dubbele feest blijkt een eenmalige opleving in de verder magere jaren tachtig. De prestaties worden steeds minder, menig coach sneuvelt op het verwachtingspatroon van de fans, die maar moeilijk kunnen wennen aan het einde van de gouden jaren zestig en zeventig. Feyenoord ontbeert ook de financiën voor aankopen die het elftal écht beter maken, ook al omdat soms nog slechts een paar duizend getrouwen naar De Kuip komen. In de tweede helft van de jaren ’80 wordt het ook op bestuurlijk vlak steeds onrustiger, wat de sportieve prestaties zeker niet ten goede komt. 

Nieuwe (Europese) successen 
‘Op een dag als deze realiseer je je weer eens hoe groot Feyenoord eigenlijk is,’ zegt aanvoerder Jean-Paul van Gastel, als hij op zondagmiddag 25 april 1999 vanaf het bordes van het Rotterdamse stadhuis terug de Burgerzaal inloopt. Onder zijn arm klemt hij de kampioensschaal, die hij even daarvoor aan een uitzinnige, kwart miljoen mensen tellende menigte op de Coolsingel – die na zes jaar eindelijk weer is volgestroomd – heeft laten zien.



Van Gastel is zeker niet de enige Feyenoord-captain die in de jaren negentig een trofee mag tonen op het bordes van het stadhuis. Met de bekerwinst in 1991, onder leiding van clubicoon Wim Jansen, laat Feyenoord de zwarte jaren achter zich en wordt de jacht op nieuwe nationale successen ingezet. Het leidt tot nóg drie KNVB Bekers (1992, 1994 en 1995) én de landstitel in 1993, die onder leiding van clubicoon Willem van Hanegem wordt behaald. Met doelman Ed de Goey, de ijzersterke verdedigers De Wolf, Fräser, Ruud Heus en Ullrich van Gobbel, stoere middenvelders Peter Bosz, Rob Witschge en Arnold Scholten en gevaarlijke en veel scorende aanvallers als Regi Blinker, Gaston Taument en Joszef Kiprich beschikt Van Hanegem misschien niet over de meest talentrijke ploeg van Nederland, maar hij kneedt het elftal wel tot een vast geheel, waarin saamhorigheid, werklust en passie worden gekoppeld aan technisch vernuft. Hetzelfde doet Leo Beenhakker in 1999; zijn ‘vechtmachine’ – met behalve Van Gastel ook doelman Jerzy Dudek, Paul Bosvelt, Kees van Wonderen, Bert Konterman, Peter van Vossen, Jon Dahl Tomasson en de Argentijnse sluipmoordenaar Julio Ricardo Cruz – bezorgt Feyenoord de veertiende landstitel uit de geschiedenis. 

Een groot deel van die ploeg maakt drie jaar later ook een van de grootste successen uit de clubgeschiedenis mee. In het seizoen 2001-2002 zet Feyenoord onder leiding van coach Bert van Marwijk een indrukwekkende reeks neer in het UEFA Cup-toernooi. SC Freiburg, Glasgow Rangers, PSV en Inter Milan worden verslagen op weg naar de finale in de eigen, Rotterdamse Kuip. In de eindstrijd, waar Borussia Dortmund de tegenstander is, is Pierre van Hooijdonk – net als in de rondes daarvoor – van cruciaal belang met twee treffers, waarvan één uit een strafschop en één uit zijn handelsmerk: een vrije trap. De derde treffer komt van de voet van Tomasson, waardoor met een 3-2 zege de titel wordt binnengehaald. Zo is Feyenoord niet alleen de eerste Nederlandse club die een Europese prijs pakt, maar vooralsnog ook de laatste. 



Huilen, van vreugde en geluk
De vreugde die de winst van de UEFA Cup veroorzaakt, wordt pas vijftien jaar later overtroffen; of op z’n minst geëvenaard. 14 mei 2017 is de dag dat Feyenoord na achttien jaar zich eindelijk weer landskampioen mag noemen. Van de eerste tot de laatste speeldag staat de ploeg bovenaan. En op die laatste speeldag is het aanvoerder Dirk Kuyt die zich in de wedstrijd tegen Heracles Almelo (3-1) tot de absolute held kroont. Met een hattrick bezorgt hij Feyenoord de schaal waarnaar het legioen zó gesnakt heeft. Het leidt tot uitzinnige taferelen; op het veld, op de tribunes én in de stad, waar honderdduizend supporters een dag later de kampioenen komen toejuichen. 

Naast de UEFA Cup in 2002 hebben de supporters sinds de landstitel van 1999 alleen de bekerwinst in 2008 en 2016 mogen vieren. Tussendoor moeten ze met lede ogen aanzien hoe Feyenoord, vroeg of laat, ruim of minder ruim, keer op keer naast de landstitel grijpt. Na de bekerwinst van 2008 worden de tijden zelfs wel erg donker. De club raakt in een financiële en sportieve crisis, met een 10-0 nederlaag tegen PSV in oktober 2010 als absoluut dieptepunt. Met tranen in de ogen wordt de harde klap in het uitvak én de rest van Feyenoord-minnend Nederland geïncasseerd. Typerend voor de ultieme trouwe van het legioen is dat De Kuip drie dagen later afgeladen ‘gewoon’ vol zit voor een midweekse thuiswedstrijd tegen VVV-Venlo (3-0 winst).

Met ingang van het seizoen 2011-2012 kruipt de club langzaam maar zeker uit de put. Trainer Ronald Koeman leidt zijn ploeg naar achtereenvolgens een tweede, derde en tweede plaats, wat bevestigt dat Feyenoord in nationaal opzicht weer begint mee te tellen. Een ander bewijs daarvan is dat Feyenoord met vijf spelers hofleverancier is van het Nederlands elftal voor het WK 2014. Het zet bovendien de succesvolle Feyenoord Academy internationaal op de kaart.

Tastbaar succes komt er pas onder leiding van een clubicoon die onder Koeman als assistent de fijne kneepjes van het trainersvak heeft kunnen leren: Giovanni van Bronckhorst. De oud-speler van de club krijgt in de zomer van 2015 de leiding over het elftal en pakt in zijn eerste seizoen direct de KNVB Beker. Een jaar later staat hij, enkele minuten na het veroveren van de landstitel, te huilen van geluk, trots als de jongen van Varkenoord is op het succes dat hij met ‘zijn’ club heeft behaald. Al in zijn derde seizoen (2017-2018) kroont Van Bronckhorst zich tot de meest succesvolle trainer uit de clubgeschiedenis door ook de Johan Cruijff Schaal en opnieuw de KNVB Beker te veroveren. En wie weet wat er nog meer in het verschiet ligt… 

Beker%20huldiging%20kuip-20