Fanshop
Fanshop

Herhaling persconferentie

Feyenoord is na een zinderende wedstrijd tegen PSV doorgedrongen tot de halve finale van het UEFA Cup-toernooi. Toen beide ploegen na 120 minuten voetbal nog op 1-1 stonden (goals van Van Bommel en Van Hooijdonk), moesten strafschoppen uiteindelijk de beslissing brengen. Feyenoord maakte daarin geen fout. Grote mannen aan Rotterdamse zijde waren Pierre van Hooijdonk en Edwin Zoetebier.
De spits scoorde de 1-1 en de beslissende strafschop, Zoetebier stopte een penalty van Gakhokidze. In een ambiance waarin eigenlijk niet verloren kon worden, had Feyenoord een kleine twintig minuten nodig om zich te herinneren waarom het een week eerder in Eindhoven zo goed had gespeeld. Pas na een aftastende en daardoor tamelijk plichtmatige openingsfase, begonnen de Rotterdammers de druk op het Eindhovense verdedigingscentrum dan ook op te voeren. Dat het zo lang duurde voordat Feyenoord tot die tactiek overging zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met de wetenschap dat PSV – gezien de 1-1 uitslag van een week eerder - de ploeg was die moest aanvallen. Toch was het merkwaardig, dat gebrek aan agressie en voorwaartse druk in de beginfase. In Eindhoven was juist die aanpak immers de sleutel tot succes geweest. PSV – toen met Ooijer en Hofland in het centrum, nu met Ooijer en Faber – had zich geen raad geweten met het gebrek aan mogelijkheden om rustig op te bouwen. Het enige antwoord dat de Brabanders daarop hadden was de lange bal naar voren, waarmee het Feyenoord al snel in de kaart had gespeeld. Door het middenveld over te slaan, maakte de ploeg van Gerets zo al snel z’n grootste wapen zelf onklaar. Het was dus logisch geweest om ook in de return diezelfde speelwijze vanaf het eerste fluitsignaal te hanteren. Ook omdat Bert van Marwijk er in aanloop naar de wedstrijd geen geheim van had gemaakt, dat hij er niets voor voelde om puur op de verdediging te gaan spelen. Toch gebeurde dat niet. Feyenoord liet PSV veel meer voetballen dan een week eerder. Echt grote kansen voor de Eindhovenaren had die aanpak niet tot gevolg, maar het zorgde er wel voor dat de Rotterdammers maar moeizaam in hun eigen spel kwamen. Waar Feyenoord een week eerder nog vanaf de openingsminuut de touwtjes tamelijk stevig in handen had genomen, bleef het nu enige tijd zoekende. Veel gevaar leverde dat overigens niet op. PSV kwam in die openingsfase eigenlijk maar één keer serieus in de buurt van Edwin Zoetebier. Dat was na een ongelukkige handsbal van Tomasz Rzasa op de rand van het strafschopgebied. De Kuip hield even z’n adem in toen Bouma achter de bal plaatsnam, maar kon opgelucht ademhalen toen diens schot in de muur strandde. Feyenoord zelf kreeg pas kansen toen het de druk op de Eindhovense verdediging verhoogde. Van Hooijdonk en Tomasson vervulden de rol die Feyenoord in de eerste wedstrijd nog zo veel succes had gehad en stoorden het spel van PSV vanaf het moment dat Waterreus de bal in het spel bracht. Kalou, die met de week beter gaat spelen maar in de eerste helft nog niet kon schitteren, mocht na achttien minuten op doel koppen. Zijn inzet was echter een gemakkelijke prooi Waterreus. Desondanks was die speldenprik waardevol, want met zijn poging gaf hij de aanzet voor wat met enige fantasie op een offensief begon te lijken. Feyenoord kreeg meer en meer balbezit, ging de wedstrijd ook voor langere periodes controleren en werd daar al snel voor beloond met een tweede kans. Van Persie liet een goede voorzet los van links. De bal leek op maat te zijn voor Tomasson, maar de zwoegende Deen kwam een paar centimeter te kort om te profiteren. PSV kon daar maar weinig tegenover zetten. Een voorzet van Lucius die voorlangs ging, veel verder kwamen de Eindhovenaren niet. Feyenoord kreeg dan ook in de slotfase van de eerste helft nog meer grip op de wedstrijd. Gescoord werd er echter niet, al kwam Emerton een keer dicht in de buurt na een fraaie rush en zag Paauwe een artistieke omhaal naast gaan. Feyenoord moest dan ook tot de openingsfase van de tweede helft wachten voor de beste kans tot dan toe. Bosvelt mocht oprukken, zag Van Persie op links vrij staan en speelde de jongste speler van het veld precies op tijd aan. Van Persie had vervolgens alle tijd om aan te leggen voor een schot, deed dat ook maar zag zijn schuiver voorlangs gaan. Toch putte Feyenoord moed uit dat moment, want de assertieve wijze waarop de Rotterdammer aan deel twee van de kwartfinale begonnen deed denken aan de manier waarop het een paar dagen eerder het arme FC Den Bosch onder de voet had gelopen. Bovendien begon in deze fase het verstrijken van de tijd steeds meer in het voordeel van de thuisclub te werken. Elke seconde die in de kolkende Kuip verstreek, bracht Feyenoord weer iets dichterbij de halve finale. Gerets wist dus dat hij iets moest doen. Zijn ingreep kwam na 65 minuten, toen hij Lucius wisselde voor de wat aanvallender ingestelde Ramzi. Dat was overigens nadat Feyenoord twee kleine mogelijkheden had gehad. Faber had al een inzet van Van Hooijdonk over het doel gekopt, en ook een schot van Bosvelt was maar net naast gegaan. Het inzetten van Ramzi bracht overigens maar weinig verandering in het spel. Feyenoord bleef de ploeg met het meeste balbezit en een handvol mogelijkheden. PSV kon daar, afgezien van een vrije trap van Bouma die rakelings naast ging, in aanvallend opzicht vrijwel niets tegenover zetten. Dat het desondanks spannend bleef in De Kip had alles te maken met de tussenstand. Eén rake uitval van PSV en al het Rotterdamse werk was voor niets geweest. Feyenoord moest dus scoren om zichzelf en de De Kuip een gerust gevoel te geven, zeker omdat de Eindhovenaren in de laatste 20 minuten plotseling iets meer gingen aandringen. Dat het desondanks geen enkele echt uitgespeelde kans kreeg, was grotendeels de verdienste van een aantal routiniers in Rotterdamse dienst. Met name het duo Van Wonderen-Paauwe speelde een vrijwel foutloze partij en schakelde Vennegoor of Hesselink en Kezman vrijwel volledig uit. Smolarek had rust kunnen brengen in de Rotterdamse harten, toen hij kort na z’n entree (als invaller voor Van Persie) iets meer geluk had gehad. De Pool kon z’n hoofd zetten tegen een voorzet van Kalou, maar zag de bal naast gaan. Dat bleek de ouverture voor het rampscenario dat zich even daarna zou voltrekken. Van Bommel zette op het middenveld een één-twee combinatie op, legde vanaf een meter of 35 aan voor een schot en zag de bal – misschien ook wel tot z’n eigen verbazing – in de kruising achter Zoetebier terecht komen. De mokerslag die Van Bommel uitdeelde zorgde er voor dat vlak voor tijd de rollen plotseling volledig waren omgedraaid. Feyenoord moest nu plotseling op jacht naar een goal en had daar nog slechts tien minuten tijd voor. Van Marwijk, die eerst Kezman nog een grote kans had zien laten liggen, reageerde snel op het rampzalige scoreverloop en bracht Elmander en Leonardo in voor Tomasson en Rzasa. Met hen in het team deed Feyenoord een beroep op de moed der wanhoop, maar het leek niet meer te baten. Alles wees erop dat Feyenoord in de stromende regen werd gedwongen afscheid te namen van z’n verdere Europese aspiraties. Maar gelukkig heeft Feyenoord nog altijd Pierre van Hooijdonk in de gelederen. In de blessuretijd, op het moment dat een deel van het publiek al naar huis was en de rest de moed al min of meer had opgegeven, kopte hij raak uit een voorzet van Elmander. Daarmee hielp Van Hooijdonk zichzelf niet alleen definitief aan de status van legendarische spits, maar blies hij ook Feyenoord weer nieuw leven in. Want terwijl De Kuip nog uit z’n dak ging na het zoveelste gouden doelpunt van Van Hooijdonk, floot scheidsrechter Barber voor de verlenging. Diezelfde Barber hielp Feyenoord vervolgens vroeg in de hervatting nog een handje, door terecht te fluiten voor een overtreding van Van Bommel op Kalou. Hij presenteerde PSV’s belangrijkste man al na vier minuten spelen z’n tweede gele kaart. Van Bommel mocht dus voortijdig inrukken en gaf daarmee Feyenoord ongewild wat lucht. Dat had het ook nodig, omdat de wisselingen in de slotfase het elftal danig op z’n kop had gezet. Zo moest Ono de hele verlenging noodgedwongen linksback spelen. Feyenoord kreeg de beste kans in de eerste verlenging. Emerton voltooide een van z’n karakteristieke rushes en zette Kalou alleen voor de keeper. De Afrikaan was dichtbij een goal, maar zag Waterreus de bal tot hoekschop tikken. In deel twee hield De Kuip vooral z’n adem in toen Van Hooijdonk tot tweemaal toe voor een vrije trap mocht aanleggen. Zijn poging strandden echter in de muur. PSV was een keer gevaarlijk door een uitbraak van Kezman, maar Van Wonderen hield z’n zenuwen in bedwang en voorkwam een goal. Zo konden beide ploegen langzaam maar zeker gaan wennen aan het idee dat strafschoppen zouden gaan bepalen, wie door mocht naar de halve finale. PSV mocht met strafschoppen beginnen. Bij Bruggink, Ono, Ooijer en Paauwe ging niets fout. Gakhokidze was de eerste die z’n zenuwen niet onder bedwang had. Zoetebier stopte zijn inzet. Van Wonderen, Heintze, Bosvelt , Kezman deden vervolgens hun werk, waardoor alle druk op Pierre van Hooijdonk kwam te liggen. Hij bleef echter koel en schoot Feyenoord hoogstpersoonlijk naar de halve finale, daarmee een feest ontketenend van een omvang die lange tijd niet meer in De Kuip is waargenomen. (KLIK HIERONDER VOOR DE REACTIES VAN DE SPELERS EN DE STATISTIEKEN)