Fanshop
Fanshop

Selectie enthousiast ontvangen in Rotterdamse haven

De spelers van de Feyenoord-selectie hebben maandagmiddag hun ogen uitgekeken tijdens het jaarlijkse bezoek aan de Rotterdamse haven. De selectie kreeg een kijkje in de keuken bij de Verkeerscentrale Rotterdam in Botlek en ging daarna op bezoek bij de ECT City Terminal, waar ze kennis konden maken met het werk dat in de haven wordt verricht.
‘Ik heb absoluut respect voor de mensen die hier in de haven werken’, zei Otman Bakkal aan het eind van de middag, nadat hij zelf bij de ECT Terminal achter de knoppen had gezeten van een enorme containerhijskraan. ‘Het is heel mooi om te zien hoe er hier wordt gewerkt. Het is leuk dat veel mensen hier ook echte Feyenoorders zijn. We zijn overal heel enthousiast ontvangen.’



De middag ging voor de Feyenoorders van start met een boottocht vanaf De Kuip over De Maas naar de Verkeerscentrale, die sinds een jaar operationeel is. Tijdens de boottocht werd de selectie bijgepraat door Cees-Willem Koorneef, Hoofd Inspectie van de afdeling Transport & Milieu Veiligheid van Port of Rotterdam. ‘Ik hoop dat de spelers vandaag iets leren of wat er in de haven allemaal gebeurt en waar het havenbedrijf verantwoordelijk voor is’, vertelde hij. ‘Het havenbedrijf zorgt ervoor dat schepen vlot en veilig gebruik kunnen maken van de Rotterdamse haven. Heel veel mensen die bij ons werken zijn enorme Feyenoord-fans, dus zij vinden het geweldig dat de selectie vandaag aan boord is.’



Tijdens het aanmeren bij de Verkeerscentrale werd Feyenoord verwelkomd door een shantykoor, dat het clublied Hand in hand kameraden zong. Al gauw kreeg het koor versterking van de spelers en trainers, van wie sommigen uit volle borst meezongen. Zo liet John Guidetti horen dat hij in zijn korte tijd bij Feyenoord de melodie en zelfs al delen van de tekst van het clublied had leren kennen.



Na een uitleg over het werk dat wordt gedaan in de Verkeerscentrale, mochten de spelers voor het eerst zelf in actie komen. De keepers Erwin Mulder en Ronald Graafland namen daarvoor plaats op de boeg van een schip, waar de overige Feyenoorders vanaf de kade een bal op moesten zien te schieten. Alle afketste ballen die in het water vielen werden opgepikt door een reddingsboot, met daarin Ron Vlaar en Stefan de Vrij.



Het echte werk begon pas nadat de selectie zich per bus naar de ECT Terminal had verplaatst. Daar werden alle spelers gehuld in veiligheidskleding, voordat ze in drie groepen mochten ruiken aan het werk in de havens. Zo kregen de Feyenoorders de kans om een containerlift te besturen, terwijl anderen achter het stuur kropen van zogenoemde terminal tractors waarmee flinke snelheden bereikt konden worden.



Ondanks dat sommige spelers vooraf nog aangaven wat last te hebben van hoogtevrees, was uiteindelijk het plezier groot toen iedereen gehuld in veiligheidskleding de kans kreeg om te proeven van het werk in de haven. ECT-directeur Jan Westerhoud, zelf Feyenoord-supporter ‘in hart en nieren’, zag vanaf de grond tevreden toe hoe de Feyenoorders druk in de weer waren. ‘Feyenoord leeft bij ons enorm’, zei hij. ‘Zoals Feyenoord enorm bepalend is voor Rotterdam, is de haven dat ook. Het is daarom leuk dat de veelal jonge jongens van het eerste team nu kennis kunnen maken met het werk en de mensen hier.’



Voor veel medewerkers van ECT was het bezoek van Feyenoord aanleiding om de spelers en trainers complimenten te maken over de eerste weken van het seizoen. Daarnaast werden er natuurlijk veel handtekeningen uitgedeeld. Guidetti maakte op een andere manier kennis met de medewerkers van de terminal. Hij kopte een balletje over met een van de werknemers en vermaakte ondertussen de toeschouwers met verschillende fraaie hoogstandjes.

Bakkal had een grote glimlach op zijn gezicht toen hij aan het eind van de middag weer vaste grond onder zijn voeten had en de veiligheidsschoenen, -bril en –helm weer afmochten. ‘Erg leuk om eens mee te maken’, zei de in Eindhoven geboren middenvelder. ‘Of het iets voor mij zou zijn om in de haven te werken? Daar heb ik eerlijk gezegd nooit over nagedacht. In Eindhoven heb je geen havens…’