Fanshop
Fanshop

Martins Indi: ‘Zwaarbevochten overwinning’

Niet voor het eerst dit seizoen was Bruno Martins Indi zondag als een rots in de branding in de defensie van Feyenoord. De verdediger had een belangrijk aandeel in het uitschakelen van de voorhoede van Vitesse, die afgezien van een benutte strafschop weinig aanspraak maakte op een doelpunt. Martins Indi keek na afloop met een positief gevoel terug op de overwinning van Feyenoord. ‘De overwinning was zwaarbevochten voor ons’, zei hij. ‘We hadden moeite met het bespelen van het systeem van Vitesse, maar ik denk dat we maar weinig kansen hebben weggeven. Daar kunnen we tevreden over zijn.’
Hoewel Stefan de Vrij alweer een paar weken terug is na een blessure, kon Martins Indi de afgelopen wedstrijden telkens rekenen op een basisplaats bij Feyenoord. De verdediger betaalde het vertrouwen terug met een reeks van prima optredens. ‘Ik ben blij met het vertrouwen dat ik krijg van de hele technische staf en de rest van het team’, vertelde Martins Indi. ‘Ik ken mijn kwaliteiten. Mijn basistaak is om te verdedigen en dat probeer ik elke wedstrijd zo goed mogelijk te doen.’

Trainer Ronald Koeman stelde Martins Indi vorige week nog als voorbeeld voor de hele groep, vanwege de instelling waarmee hij elke dag op de training verschijnt. ‘Bruno wil elke dag beter worden en traint daar ook naar’, vertelde Koeman. Volgens Martins Indi is die instelling te danken aan een duidelijk doel dat hij voor ogen heeft. ‘Ik wil een topverdediger worden’, zei hij. ‘Dit is mijn tweede jaar bij de selectie en ik wil alles uit de kan halen. Die instelling heb ik altijd gehad als voetballer.’

Het betekende bijvoorbeeld dat Martins Indi niet te lang stil wilde staan bij de overwinning op Vitesse. Kort nadat hij gedoucht uit de kleedkamer kwam na de wedstrijd, wilde hij zich het liefst alweer richten op de thuiswedstrijd van volgende week tegen RKC Waalwijk. ‘We zullen deze week de beelden van vandaag nog bekijken, maar daarmee staat er ook een punt voor mij achter de wedstrijd. Vitesse is geweest, nu moeten we weer vooruit kijken.’