1924 – 1933

De eerste landstitel!

1924 is het dan zover. Zestien jaar na de oprichting en in het derde seizoen als eersteklasser, behaalt Feyenoord voor het eerst de landstitel! Op zeer overtuigende wijze bovendien. De ploeg wordt eerst afgetekend – met vijf punten voorsprong op naaste concurrent DFC – afdelingskampioen, nota bene door een 1-1 gelijkspel bij Ajax. Al bij het vertrek naar Rotterdam worden de Feyenoorders op het station in Amsterdam overladen met bloemen waarna duizenden mensen de ploeg opwachten bij het toenmalige station Delftse Poort.

Kampioenscompetitie

de kampioenscompetitie met de overige vier afdelingskampioenen Stormvogels, NAC, SC Enschede en Be Quick Groningen blijft Feyenoord vervolgens ongeslagen. Met een punt voorsprong op Stormvogels kroont het elftal, met Kees van Dijke, Bertus Bul, Kees Pijl (die in de kampioenscompetitie overigens vijf van de acht duels ontbrak omdat hij met Oranje in Parijs op de Olympische Spelen uitkwam), Jan Petterson en Adriaan ‘King’ Koonings als uitblinkers, zich voor het eerst tot de beste club van het land. De doorbraak van de arbeidersclub uit Rotterdam-Zuid is definitief een feit.

Bloeiperiode

De eerste landstitel vormt het begin van de eerste succesvolle bloeiperiode van de club. Aan de hand van Puck van Heel, die tussen 1923 en 1939 in Feyenoord 1 speelt en uitgroeit tot de grootste Feyenoorder van voor de Tweede Wereldoorlog, grossiert de club in het vervolg van de jaren ’20 in afdelingskampioenschappen (1926, 1927, 1928, 1929). In 1926 wordt voor het eerst ook de prestigieuze Zilveren Bal gewonnen. Twee jaar later is Feyenoord, vlak voor het twintigjarig jubileum, opnieuw de beste van Nederland en viert Rotterdam de tweede landstitel van de club. De stad gloeit wederom van trots, nu duidelijk is dat het succes van vier jaar eerder geen incident is geweest. In 1930 voegt Feyenoord ook de KNVB Beker toe aan de uitdijende prijzenkast. Goaltjesdief Jaap Barendregt zorgt in de finale tegen stadgenoot Excelsior voor de enige treffer.

Feijenoord - Ajax (1931)

Sterrenploeg

Het steeds talrijker wordende publiek aan de Kromme Zandweg geniet in die jaren van prachtig voetbal. Het stadionnetje barst – bijna letterlijk – uit zijn voegen. Rijen dik staan de mensen langs de kant, de tribunes zijn elke wedstrijd weer afgeladen. Toeschouwers verzinnen de meest uiteenlopende trucs om een plekje te bemachtigen en klimmen onder meer aan de achterkant van de tribunes omhoog om maar een glimp van de sterrenploeg uit Rotterdam-Zuid op te vangen. Opstootjes zijn niet ongewoon en steeds vaker moet de politie ingrijpen om de orde te handhaven. In 1931 wordt daarom besloten dat de poorten worden gesloten zodra er 12.000 mensen binnen zijn.

De club wijkt voor belangrijke wedstrijden daarom nogal eens uit naar het stadion van Sparta. Maar zelfs Het Kasteel kan de enorme toeloop nauwelijks aan, zo blijkt op 1 mei 1932 als de Rotterdammers daar voor de kampioenscompetitie Ajax ontvangen (2-4). Controleurs worden onder de voet gelopen, tribunes bestormd en de politie grijpt fors in. De immense populariteit van Feyenoord betekent maar één ding, denkt Leen van Zandvliet, die in 1925 opnieuw voorzitter is geworden. De club heeft een nieuw stadion nodig. Niet zomaar een stadion. Er moet een stadion komen voor 60 tot 65.000 toeschouwers. Een revolutionair, historisch idee is geboren.

Ja, ik ga akkoord Feyenoord.nl gebruikt cookies om de website goed te laten functioneren, voor analysedoeleinden en om je van relevante advertenties te voorzien.
Voor meer informatie zie ons cookiebeleid. Blijf je onze website gebruiken dan ga je akkoord met het plaatsen van cookies.

Feyenoord Business CLub
INLOG VOOR ONZE LEDEN
WILT U OOK LID WORDEN?
×