Fanshop Tegemoetkoming
Fanshop Tegemoetkoming
De Club

Theo Laseroms: cowboy zonder lasso

Het is vandaag precies 29 jaar geleden dat Theo Laseroms op pas 51-jarige leeftijd overleed. De centrumverdediger was een van de steunpilaren in het elftal van trainer Ernst Happel, dat in 1970 als eerste Nederlandse club de Europacup I won. Een portret van ‘Theo de Tank’ uit het archief van Feyenoord Magazine.

De in Roosendaal geboren Laseroms is 25 jaar wanneer hij opgeroepen wordt voor het Nederlandse elftal. Iedereen is verbaasd over de selectie van de spijkerharde verdediger, die spelend bij Sparta de bijnaam Theo de Tank heeft gekregen. Bondscoach Denis Neville, die vastbesloten is het WK van 1966 te halen, legt zijn keuze als volgt uit: ‘Je haalt de eindronde niet met padvinders.‘

En zo debuteert Laseroms op 7 april 1965 in het Nederlands elftal in de wedstrijd tegen Noord-Ierland. Laseroms speelt die middag in De Kuip samen met vijf Feyenoorders, en vormt met een andere debutant - ene Rinus Israël van DWS - het centrum van de verdediging. Laseroms moet George Best uitschakelen, de jonge sterspeler van Manchester United. Dat doet hij op zijn geheel eigen wijze: bikkelhard en meedogenloos. Best komt er niet aan te pas. De wedstrijd eindigt in 0-0. De gepikeerde Best zegt na afloop. ‘Dit is geen voetballer meer, dit is een cowboy. Hij moet alleen nog een lasso meenemen.‘ 

Spartaan Laseroms en DWS-er Israël hebben dus in 1965 een verdienstelijk eerste optreden als centraal verdedigingsduo. Drie jaar later worden ze herenigd bij Feyenoord, en zullen aan de basis staan van de grootste triomf in de clubgeschiedenis: het winnen van de Europacup.

Van de aardbodem verdwenen
Aan de komst van cowboy Laseroms naar De Kuip in 1968 gaat een kort avontuur in Amerika vooraf. In februari 1967 is Laseroms opeens van de aardbodem verdwenen. Niemand weet waar de Sparta-speler is. Zelfs zijn ouders en vrienden niet. Een paar dagen later blijkt dat hij met vrouw en kind in Amerika verblijft om een contract te tekenen bij de Pittsburgh Phantoms. Sparta is des duivels, spant een kort geding aan en eist dat de verdediger zijn semi-profcontract uitdient op straffe van 35.000 gulden dwangsom per week. Laseroms verklaart in de rechtszaal dat hij naar Amerika is vertrokken om ‘zijn geluk te redden’.

Het huwelijk met zijn jeugdliefde Corry verkeert in een crisis. De belangrijkste reden is echter dat hij als profvoetballer zijn positie aanmerkelijk kan verbeteren. Hij kan er jaarlijks 60.000 gulden verdienen, en krijgt een bungalow met een zwembad, een volle koelkast met zes soorten ijs, een kleurentelevisie en een Ford Mustang voor de deur. De rechter stelt Laseroms in het gelijk, zodat hij onbekommerd zijn vijfjarige contract bij Pittsburgh Phantoms kan uitdienen. Daarna hoopt-ie binnen te zijn: ‘Dan keer ik terug naar Holland en koop een bar. Maar laat ik niet te ver vooruitlopen. Je weet nooit wat er allemaal gebeurt.’

Goede contacten
Een jaar later ziet het er slecht uit voor de Phantoms, waar gemiddeld 3.000 toeschouwers in het immense stadion zitten. Dat kan nooit lang goed gaan, weet Laseroms. Hij heeft vijf maanden vrijaf gekregen. Die brengt hij in Rotterdam door. Hij is somber gestemd. Zijn huwelijk is toch op de klippen gelopen, en zijn nieuwe liefde - de Rotterdamse Ineke van Gool - wil liever niet naar Amerika. Wat te doen? Hij ziet - tegen zijn natuur in - even geen oplossing. En zo hangt hij op een koude dag in januari 1968 somber aan de toog van de ‘VIP-club’ in de Mauritsstraat. Dan stapt zijn vriend Rob Vente het café binnen. De sportjournalist, zoon van oud-aanvaller Leen Vente en werkzaam bij het Rotterdams Nieuwsblad, probeert Laseroms op te monteren: ‘Waarom blijf je niet in Nederland?’ oppert Vente. ‘Kom lekker bij Feyenoord spelen. Ik heb goede contacten daar.’

Laseroms denkt dat hij in de maling wordt genomen, maar kijkt verbaasd op wanneer Vente naar achteren loopt en telefoneert met Guus Brox. De Feyenoord-manager laat weten geïnteresseerd te zijn, wil Laseroms aan de lijn en de twee maken een afspraak voor de volgende dag. De zaak wordt snel beklonken; Laseroms krijgt een contract voor twee jaar aangeboden. Brox moet nog wel even de plooien met Sparta en het inmiddels failliete Pittsburgh gladstrijken. Dat doet-ie in het geheim. Pas wanneer de KNVB op 10 februari meldt dat spelers die voor de ‘wilde’ Amerikaanse bond hebben gespeeld, vanaf juni weer voor een Nederlandse club mogen spelen, maakt Brox bekend dat hij Laseroms heeft gecontracteerd.

Feyenoord heeft 80.000 gulden betaald voor de 27-jarige verdediger, die de opvolger moet worden van Hans Kraaij sr. en in het nieuwe seizoen met Rinus Israël het centrum zal vormen. Laseroms is dolblij: ‘Ik geloof dat het de wens van iedere voetballer is om eens bij Feyenoord te spelen.’ Brox is overtuigd dat het om een goede aankoop gaat: ‘Laseroms heeft negen jaar Eredivisie-ervaring. Bovendien heeft hij een natuurlijke inzet, waarmee hij zijn teamgenoten kan inspireren en stimuleren.’ 

Het legioen heeft gemengde gevoelens over de komst van Theo. In kranten verschijnen ingezonden brieven van supporters, die hun ongenoegen uiten over de aankoop van zo’n onbehouwen schaver: ‘Voor ons hoeft het niet meer!’ Laseroms maalt er niet om. Hij wil slagen in De Kuip en is druk bezig om de overtollige twaalf kilo kwijt te raken. Geen bier en sigaretten meer, maar kannen met sinaasappelsap. Hij wordt achtmaal in de week in De Kuip onder handen genomen door trainer Ben Peeters en wisselt dat af met intensieve trainingen op een Schiedamse boksschool. Hij werkt met halters, springt touwtje, doet aan schaduwboksen en loopt ieder dag een bosloopje. Bokser Bep van Klaveren, die meeloopt, is onder de indruk van Theo’s doorzettingsvermogen.

Klaterend applaus
In april 1968 speelt Theo mee in een oefenpotje tegen Zwart Wit ’28 en overtuigt. De Volkskrant prijst zijn ‘ingrijpen, koptechniek en passes’, maar vindt dat ‘zijn sprintsnelheid nog wat moeten opgevoerd‘. Wanneer hij twee maanden later zijn debuut in De Kuip maakt is Laseroms terug op zijn oude gewicht: 82 kilo. Standard Luik is die avond de tegenstander. De wedstrijd is tien minuten oud, wanneer hij kordaat een Standard-aanval onderschept, met een schijnbeweging twee Belgen het bos instuurt en de bal inlevert bij Rinus Israël. Er volgt een klaterend applaus. Laseroms, die als Spartaan zo vaak in De Kuip is uitgefloten, kijkt verwonderd naar Israël: ‘Is dat applaus voor mij?’

Het is het begin van een uiterst succesvolle samenwerking. Er is één hapering: in een oefenpotje tegen Newcastle wordt Feyenoord met 4-0 van de mat gespeeld. Israël en Laseroms spelen die dramatische avond - het had ook 10-0 kunnen zijn - op één lijn, en pakken beurtelings de spits op. Na deze wedstrijd kiest Ben Peeters voor een duidelijke rolverdeling: Rinus zal laatste man spelen en Theo voorstopper. Het is een gouden greep. IJzeren Rinus en Theo de Tank groeien uit tot een roemrucht, meedogenloos, niet te passeren duo. Alle spitsen, onder hen ook Johan Cruijff, zijn beducht voor mannetjesputter Laseroms, die zijn taak als volgt formuleert: ‘Wanneer ik een spits moet uitschakelen, ga ik er hard in. Wanneer dat niet voldoende blijkt ga ik er het volgende duel nog harder in. Net zo hard als uiteindelijk nodig is om hem uit te schakelen.‘  

‘Sorry’
Laseroms wordt snel populair in De Kuip. Het legioen bedenkt een yell voor hem: ‘Theóóóóó!’ Dat wordt ook de titel van het boek dat Rob Vente in 1970 na de Europacup-winst over Laseroms schrijft. In het nawoord richt de verdediger zich tot de jonge lezers en legt uit dat je naast aanleg een ‘kan niet-bestaat niet’-instelling moet ontwikkelen om de top te bereiken. Tenslotte biedt hij zijn excuses aan voor zijn harde spel: ‘Tegen alle spelers die ik in mijn loopbaan een tikje te hard heb aangepakt, wil ik zeggen: sorry, jongens, maar het was geen opzet. En trouwens die blauwe plek was toch zo weer over?’

Negen maanden na het verschijnen van het boek is Laseroms de eerste Nederlander die een gele kaart ontvangt. Dat gebeurt in België op 1 september 1971. In een oefenwedstrijd tegen Lierse SK, wanneer hij Peter Ressel hard onderuit schopt. Talrijk zijn de anekdotes over de hardheid van het centrale duo, evenals hun cynische humor. Minder bekend is hoe hij binnen de Feyenoord-selectie functioneerde. Wim Rijsbergen, inmiddels 67 jaar, kreeg als jongeling te maken met de ervaren rot Laseroms: ‘Ik heb alleen maar positieve herinneringen aan die man,’ laat Rijsbergen telefonisch weten.

‘Eigenlijk was ik door Happel gehaald als opvolger van Laseroms, maar Theo beschouwde het een beetje als zijn taak om mij op te leiden. Ik woonde toen nog in Leiden en kon ’s middags tussen de trainingen niet naar huis. Dan zei Theo: “Ga met mij mee, Wim.” En dan ging ik met hem naar de slijterij die hij bezat, en lunchten we samen, terwijl hij allerlei bestellinkjes afwerkte. Het was een man met een vrolijke inborst, die hield van een dolletje. Theo had net als ik vrij kleine voetjes, maar hij kon geweldig hoog springen en was daardoor in de lucht erg sterk.’

Gestrekt been
‘Als-ie van vakantie terugkeerde, was-ie vaak zo’n vijf kilo te zwaar, maar dan trainde-ie een paar weken met twee plastic jackjes over elkaar om dat er weer af te krijgen,’ vervolgt Rijsbergen. ‘Ik kwam toen samen met Theo de Jong en Lex Schoenmaker bij Feyenoord en wij werden door de gearriveerde jongens als Van Hanegem, Israël en Laseroms flink aangepakt om te kijken wat ze – letterlijk - voor vlees in De Kuip hadden gehaald. In wedstrijden heb ik Theo vaak met een gestrekt been erin zien gaan. Met de camera’s die er nu allemaal op het veld staan, zou Theo heel vaak geschorst zijn, denk ik.’

Naast de heroïsche hardheid-verhalen, zijn er imposante statistieken. In de vier seizoenen dat Laseroms en Israël samen in het centrum van de verdediging staan, incasseert Feyenoord in de Eredivisie slechts 21, 22, 24 en 24 tegengoals. Een hoogtepunt in de Eredivisie is de Ajax-Feyenoord op 27 mei 1971, een duel dat beslissend is voor het kampioenschap. De aartsrivalen staan met nog twee wedstrijden te gaan in punten gelijk. Probleem bij Feyenoord is dat het meespelen van zowel Laseroms als Israël onzeker is. Dat komt Ajax goed uit, want zij spelen een week later de Europacup-finale tegen Panathinaikos en willen in Londen heelhuids aan de start verschijnen.

Net uit de mitella
Die avond in het uitverkochte Olympisch Stadion komt strateeg Ernst Happel met een paar meesterzetten. Allereerst frustreert hij het Ajax-protocol dat de uitspelende club als eerste het veld moet betreden, voordat de thuisploeg z’n opwachting maakt. Wanneer het belletje in de kleedkamer rinkelt, stuurt Happel alleen reserve Joop van Daele het veld op. Pas als Joop even later terugkeert in de kleedkamer en verslag doet hoe Cruijff en consorten verdwaasd op het veld staan, onzeker loerend naar de spelerstunnel, geeft Happel het sein dat zijn team het veld op mag. Verbouwereerd zien de Ajacieden en het Amsterdamse publiek hoe Feyenoord op volle oorlogssterkte - met Israël en Laseroms voorop - het veld betreedt. Laseroms, die bij een auto-ongeluk een sleutelbeen had gebroken, en nog maar net van de mitella is verlost, heeft van clubarts Abarbanel een paar spuitjes gekregen. Het angstige Ajax wordt deze avond overtroefd en mede door twee goals van Dick Schneider wint Feyenoord met 1-3, waarmee het kampioenschap veilig wordt gesteld. Piet Keizer, die na een actie van Laseroms, geblesseerd het veld moet ruimen, zal de Europacup-finale missen.

Laseroms, die altijd door het vuur ging voor Ernst Happel, krijgt aan het einde van zijn vierde Feyenoord-jaar een conflict met de Oostenrijker. Onderweg naar Groningen rookt Laseroms in de spelersbus een sigaret. Wanneer Happel hem betrapt en zegt dat de jonge Wim Rijsbergen op zijn plek zal spelen die middag, vallen er harde woorden tussen het tweetal. De boze Laseroms bestelt, aangekomen bij het Oosterparkstadion een taxi en keert naar Rotterdam terug. Die avond laat hij bellende journalisten weten ‘geen commentaar‘ te hebben: ‘Het is een kleinigheid.’  Een paar weken later melden de kranten dat de 32-jarige verdediger naar KAA Gent vertrekt waar hij zijn carrière afbouwt.

Raakvlakken met ‘opa’
In 1991 overlijdt Theo Laseroms - net als zijn vader Jan - op jonge leeftijd aan een hartaanval. Hij is op dat moment pas 51 jaar. In 2008 brengt Matthijs van Nieuwkerk in het tv-programma ‘Holland Sport’ een ode aan Laseroms en toont voor de camera de vergulde schoen, die Theo droeg in de Europacupfinale tegen Celtic: ‘Een Quick-ie.’ Matthijs geeft de schoen een ereplaats in het museum van Holland Sport. In de studio zijn aanwezig de weduwe van Theo - Ineke van Gool - en kleinzoon Mick van Buren.

Van Nieuwkerk spreekt de hoop uit dat de naam Laseroms moge voortleven en vertelt dat de 15-jarige Mick gescout is door Excelsior. Een paar jaar later stapt Mick over naar Feyenoord A1, maar zal in 2011 zijn Eredivisiedebuut maken voor de Kralingers, uitgerekend tégen Feyenoord. De hang naar avontuur, die Theo Laseroms kenmerkte, zit mogelijk in Mick zijn genen. Na Excelsior beproeft hij zijn geluk bij het Deense Esbjerg fB om vervolgens in Tsjechië neer te strijken. Met Slavia Praag wordt de spits in 2018-2019 kampioen van Tsjechië, en speelt al twee seizoenen Champions League.

Van zijn beroemde opa kent Mick (26 jaar) alleen de verhalen: ‘Ik heb hem helaas nooit gekend. Hij is een jaar voor mijn geboorte overleden. Natuurlijk heb ik veel beelden van hem gezien. Wat ik met hem gemeen heb? Dat is een lastige vraag. Ik kom namelijk uit een echte voetbalfamilie. Mijn vader - Leo van Buren - heeft bij Excelsior gespeeld, net als mijn oom Edwin. Ik ben niet zoals mijn opa een keiharde verdediger, maar als aanvaller toon ik wel agressiviteit. Dat is het raakvlak met mijn opa. De mensen in Praag waarderen mijn strijdlust en scanderen vaak mijn naam.’

Tekst: Jan van der Mast
Beeld: Nationaal Archief

Bestel ‘Voor Altijd De Eerste’
De Europacup I-winst van 1970 is een halve eeuw later haast van mythische waarde voor onze club. In het jubileumjaar brengt Feyenoord in samenwerking met het AD het historische seizoen tot leven in het boek Voor Altijd De Eerste. Journalisten Ellen Mannens en Robert van Brandwijk halen de tijd van toen naar nu door verhalen te vertellen die dicht op de huid van de lezer zitten. Het boek is exclusief te bestellen in de webshop van het AD voor €27,95 en vanaf 17 april leverbaar. Klik hier om direct te bestellen.