Kazim-Richards: ‘Mijn broertje waakt over mij’

In de zoektocht naar een nieuwe spits strikte Feyenoord deze zomer Colin Kazim-Richards. In zijn eerste grote interview sinds zijn komst naar Nederland vertelt de Turks-Engelse spits uitgebreid zijn indrukwekkende levensverhaal, dat vanaf deze week te lezen is in Feyenoord Magazine. De nieuwe editie van het clubmagazine valt deze week op de mat bij alle leden van Het Legioen. ‘Er is zoveel gebeurd in mijn leven, dat de mening van anderen wel het minste is waar ik me druk om maak.’

Welke indruk heb jij tot dusver van Feyenoord?
‘Ik had al veel gehoord over de fanatiek aanhang. Dat De Kuip altijd vol zit, zowel bij grote als kleine wedstrijden. Aan de gevoerde gesprekken met de clubleiding heb ik een zeer warm gevoel overgehouden. De passie waarmee bijvoorbeeld Martin van Geel over Feyenoord sprak, heeft een belangrijke rol gespeeld in mijn keuze. Hij roemde onder meer de enorme achterban, die op intense wijze meeleeft en te allen tijde onvoorwaardelijk achter het team staat. Ook Pierre van Hooijdonk heeft louter positieve dingen gezegd. Wat me het meest is bijgebleven van zijn verhaal is dat het shirt met nummer 9 hier veel betekent, veel meer dan bij welke club ter wereld dan ook. Als iemand dat kan weten, is hij het.’

Alsof de druk op de schouders van de opvolger van Graziano Pellè nog niet groot genoeg is…
‘Haha, dat maakt mij niets uit. Wat kan er gebeuren? Dat mensen negatief over me praten op het moment dat ik iets niet goed doe? Als dat alles is… Er is zoveel gebeurd in mijn leven, dat de mening van anderen wel het minste is waar ik me druk om maak. Ik ben vader van twee kinderen. Ervoor zorgen dat er geen dag komt dat zij geen eten hebben, dát is voor mij druk.’

Stel je bij de opvoeding van je kinderen je eigen jeugdjaren als norm?
‘Wel als ik kijk naar mijn eigen vader. Voetballers wordt regelmatig gevraagd wie op jonge leeftijd hun idool was. Voor mij is dat zonder twijfel mijn vader. Van jongs af aan kijk ik tegen hem op en vertrouw ik hem onvoorwaardelijk. Al zou ik maar voor de helft zo’n goed mens en zo’n fijne vader worden als hij dat is, ben ik gelukkig. Ik heb veel respect voor de wijze waarop hij en mijn moeder zich altijd voor het gezin hebben weggecijferd, terwijl ze het zelf ook niet makkelijk hadden. Daarom zie ik hun opvoeding als voorbeeld, al ben ik blij dat mijn kinderen niet hoeven op te groeien in de buurt waar ik vroeger woonde. Dat was in een achterstandswijk in Londen, twee minuten verwijderd van een van de meest onveilige delen van de stad. Het gevaar van de straat lag altijd op de loer.’

Waarom hadden jouw ouders het niet makkelijk?
‘Ten eerste omdat ze zelf nog tieners waren toen ze mij kregen. Mijn vader was achttien, mijn moeder zeventien. Daar komt bij dat ik een Antilliaanse vader heb die christen is, terwijl mijn moeder moslim is van Turks-Cypriotische afkomst. Een zwarte man met een blanke vrouw, dat werd in Engeland destijds niet zomaar geaccepteerd. Mijn vader had daardoor conflicten met skinheads. Ondanks dat mijn ouders daaraan hun handen vol hadden, kwam we niks tekort. Bovendien zorgden ze niet alleen voor ons, maar ook voor veel neven en nichtjes. In totaal heb ik er 44 aan mijn vaders kant en 37 aan mijn moeders kant, een enorme familie dus. Op hun leeftijd waren mijn ouders de enige met een eigen huis, verkregen via de regering omdat ze zo jong kinderen hadden gekregen. Onze flat was daardoor voor vrienden en familie een soort chillingzone. Mijn ouders maakten daar nooit een probleem van, zelfs niet toen ze een van hun eigen kinderen verloren.’

Het ergste dat een ouder kan overkomen.
‘Inderdaad. Twee jaar na mij beviel mijn moeder opnieuw van een jongetje. Bij zijn geboorte bleek dat hij het Edwardssyndroom had en een basischromosoom in zijn lichaam miste. Vaak overlijdt een kind dan direct na de geboorte, maar mijn broertje bleef in leven. Net toen we hoop op herstel kregen, overleed hij na acht maanden alsnog. Ik herinner me alles als de dag van gisteren. Voor mijn broertje was het misschien beter. Wat voor leven zou hij hebben gehad? Hij had niet kunnen lopen, niet zelf kunnen eten… Now he’s one of my angels. Nu heb ik het idee dat hij over mij waakt. Voor elke wedstrijd spreek ik de wens uit dat alles goed met hem gaat en vraag ik of hij mijn vrouw en kinderen beschermt. Ik vraag niet om een overwinning, die moeten ik en mijn team zelf verdienen.’

Lees het volledige interview met Colin Kazim-Richards deze maand in Feyenoord Magazine. Het nieuwe clubmagazine, waarin ook onder meer aanvoerder Jordy Clasie, Miquel Nelom en de Rotterdamse formatie Romeo aan het woord komen, valt deze week op de mat bij alle leden van Het Legioen. Ook is de nieuwe editie los verkrijgbaar in de winkel voor € 3,99.

Feyenoord Business CLub
INLOG VOOR ONZE LEDEN
WILT U OOK LID WORDEN?
×