Fanshop
Fanshop
Artikel%20F5

‘Een heel goed rapportje’

Cas maakt zich zorgen. De jongens van F5 gaan vanmiddag op rapport.

Onderweg van het Zuid-Hollandse Valkenburg naar Varkenoord informeert hij vanaf de achterbank om de paar kilometer naar het reisschema. ‘Heb ik dan nog tijd om te voetballen?’ vraagt hij steeds, nu de training voor één keer is ingeruild voor een gesprek met zijn ouders en de coaches. Cas wil eigenlijk maar één ding weten. ‘Vinden de trainers mij wel goed?’
Trainer John en trainer Etienne proberen het zo gezellig mogelijk te maken in de krappe spreekkamer. Ze houden een vel papier in de lucht, met daarop volgens trainer John ‘een heel goed rapportje’ en een foto van Sven van Beek. Cas moet vooral zo doorgaan en lachen als de trainers over zijn tong beginnen. ‘Na het uitspelen gaat die naar buiten en is het rennen, rennen en nog eens rennen’, zegt trainer Etienne. ‘Het overzicht bewaren, dat is een verbeterpuntje.’
‘Het stokje onder mijn kin’, zegt Cas, die na elke dinsdagtraining hardop telt. ‘Nog twee nachtjes slapen, dan mag ik weer naar Feyenoord.’
Menno wikt en weegt. Appels en peren, sinaasappels en mandarijnen. Híj heeft al even op het kunstgras gevoetbald, pakt de grootste appel uit de fruitkraam in het trainersgebouw. Na tien kleine happen roept trainer Ronald hem naar binnen. Menno weet wat er goed gaat. ‘Verdedigen.’
‘Wat vind je daar leuk aan?’ vraagt trainer Ronald.
‘De bal wegtikken.’
‘Kan je dat goed?’
Menno kijkt verlegen naar zijn vader en moeder. ‘Ja, toch?’ zegt trainer Ronald. ‘Weet jij wat de trainers doen als jij achterin staat? Een bakkie koffie halen en een taartje eten. Want geen tegenstander scoort als jij de wacht houdt. Knap, hoor!’
Trainer Ronald en Menno schuiven wat met bekers en suikerzakjes, de appel moet ervoor opzij. Samen spreken ze af dat Menno na de winterstop meer gaat aanvallen. ‘Lekker scoren en juichen’, zegt trainer Ronald. ‘Want dat kan jij ook. Zeker weten.’
Marouan hoef je niets over aanvallen te vertellen. ‘De schijnbewegingen’, antwoordt hij, als trainer John hem vraagt wat hij het leukste vindt bij Feyenoord. Marouan luistert met een gepelde mandarijn in zijn hand naar de trainers, geeft het fruit na een paar minuten over aan zijn vader. De moeder van Marouan zegt dat ze er niet geheimzinnig over hoeft te doen. ‘Hij heeft moeten wennen’, zegt ze tegen trainer Etienne en trainer John. ‘Bij zijn vorige club was hij het mannetje. Nu loopt hij tussen allemaal mannetjes.’
Trainer John heeft dit vaker gehoord. ‘Bij Feyenoord kan iedereen de beste zijn’, zegt hij. ‘Probeer je dan maar eens staande te houden. Pittig.’
Zo komt de kaas op tafel, en hoe je die niet van je brood moet laten eten. Marouan steekt nog een paar complimenten in zijn zak en staat dan op. Trainer John en trainer Etienne willen hun pupil een hand geven, maar dan komt de aap uit de mouw. Tussen de vingers van de dribbelaar komt nog een laatste, achtergebleven part mandarijn tevoorschijn. Die is na iets meer dan twintig minuten kneden keurig op 37 graden Celsius gebracht. ‘Hé boef’, zegt trainer John. ‘Helemaal gekookt, man!’