Fanshop Tegemoetkoming
Fanshop Tegemoetkoming
Feyenoord Academy

Bellen met: Gaston Taument

Tijdens de voetballoze periode belt Feyenoord.nl elke week met een bekende of minder bekende Feyenoorder. In de eerste aflevering: Gaston Taument, spitsentrainer van Feyenoord Academy, die vandaag precies 31 jaar geleden zijn debuut maakte in Feyenoord 1.

Hallo Gaston, hoe gaat het?
Taument: ‘Op zich gaat het prima, maar het is natuurlijk een gekke periode, ik denk dat iedereen dat zo ervaart. Gelukkig gaat het goed met m’n familie en vrienden, dat is het belangrijkste. Ik probeer zelf mijn normale ritme aan te houden en fit te blijven, door een beetje te fitnessen en te fietsen.’

Het is een bijzondere dag voor je vandaag, want precies 31 jaar geleden, op 2 april 1989, maakte jij je debuut in Feyenoord 1.
‘Oh ja? Dat had ik eerlijk gezegd nog niet bij stilgestaan. Tegen wie speelden we ook alweer? Den Bosch?’

Dat klopt, het werd 3-0 voor Feyenoord.
‘Ik weet alleen nog dat ik mocht warmlopen, dat vergeet je nooit meer. Je zit dan in een soort roes, bent alleen maar naar de bank aan het kijken om te zien of je wordt geroepen om in te vallen. Ik geloof dat ik uiteindelijk zeven minuten heb gespeeld, maar daar weet ik eerlijk gezegd weinig meer van. Ik zal best een paar ballen hebben gehad, maar ik heb geen idee meer hoe ik heb gespeeld. Dat zal waarschijnlijk ook komen doordat die wedstrijd is overschaduwd door wat er na afloop met Jeffrey Senn van Basel is gebeurd. We speelden dat seizoen samen in de jeugd, reisden altijd samen met de trein vanuit Den Haag heen en terug naar Rotterdam en begonnen tegen Den Bosch samen op de bank. Ik weet nog dat we na de wedstrijd in de trein terug naar Den Haag zaten en hij zei hoe mooi hij het vond dat ik mijn debuut had gemaakt. Zelf is hij die avond nog even de stad in gegaan. De volgende ochtend hoorde ik dat hij was doodgestoken. Dat heeft een enorme impact gehad. Als ik nu terugdenk aan mijn debuut, is dat ook het eerste dat bovenkomt.’

Wat heb je voor herinnering aan Jeffrey als speler?
‘Hij had een enorme wil om te winnen. Ik wist zeker dat hij het zou gaan redden in het betaald voetbal. Spelers in het eerste hadden het ook wel over hem. John Metgod heeft weleens gezegd dat Jeff een grote belofte was. Zelf vond ik hem als speler te vergelijken met Henk Fraser: een sprietje, maar wel keihard.’

Zelf moest je na je debuut geduld hebben voordat je een vaste waarde werd in Feyenoord 1.
‘Ja, ik ben eerst nog een jaar verhuurd aan Excelsior. Voor mij begon het pas echt bij Feyenoord toen Wim Jansen het in 1991 overnam. Onder zijn voorgangers Pim Verbeek en Gunder Bengtsson was ik ook al aan spelen toegekomen, maar onder Jansen werd ik echt volwaardig lid van de selectie.’

Vertel je tegenwoordig als trainer weleens over je eigen debuut tegen jeugdspelers?
‘Nee, tegen jongens die mogen meetrainen met het eerste of dicht tegen hun debuut aanzitten, zeg ik alleen altijd dat ze moeten genieten en goed moeten luisteren naar wat er tegen hen gezegd wordt. Het mooiste debuut voor mij blijft dat van Jean-Paul Boëtius tegen Ajax. Voor de wedstrijd kwam ik bij het stadion zijn moeder tegen, die dolblij was en zei dat Jean-Paul in de basis zou beginnen. Ik weet ook nog dat ik bij zijn doelpunt echt uit mijn dak ging, terwijl ik normaal gesproken vrij rustig ben na een doelpunt.’

Heb je in deze periode ook nog contact met spelers van de Academy?
‘Ja, we bellen regelmatig met spelers en ouders om te vragen hoe het met de jongens gaat. Alle spelers hebben een programma gehad om zelf af te werken. Met de trainers en staf houden we conference calls om zaken te bespreken en op de hoogte te blijven. Juist als ik mijn collega’s spreek, mis ik het om elkaar even te zien, een bakje koffie te doen en een beetje te dollen. Dat gevoel heeft denk ik iedereen op dit moment, of je nu in het voetbal werkt of ergens anders.’