Fanshop
Fanshop

Honger door Gerard Meijer

De jaren ‘40-‘45 staan bij de ouderen onder ons nog wel op het netvlies geprint. Als kind van amper vijf jaar was ik op een onplezierige wijze getuige van het begin van de oorlog. Dan zeg je gauw, ach je was nog zo jong. Nou, er zijn mij zo veel dingen uit die tijd bijgebleven, dat ik me nog altijd levendig kan voorstellen wat een impact een oorlog op kinderen heeft. Overal waar oorlog heerst of komt zijn de kinderen - en ook de ouderen - het grote slachtoffer. En wat denk je van rampen als watersnood, aard

Op diezelfde televisie is er regelmatig iets te zien over ’40-’45. Tja en dan gaan ook mijn gedachten zeker weer terug naar die tijd. In 1940 kwamen de Heinkel-bommenwerpers overvliegen. Ik woonde in Rotterdam-West en daar ging iedereen op het dak staan kijken naar dit voor ons onbekende geweld. Als 5-jarige kleuter was ik daar ook bij. En ook ik zag bij het overvliegen de bommenluiken opengaan en er van die dikke dingen uitvallen. Daaropvolgend hoorden we grote ploffen en zagen we in de verte enorme rookontwikkeling.

In 1943 stond ik zoals wel vaker samen met mijn broer in de rij bij de gaarkeuken voor eten. Mijn moeder kwam dan zoals gewoonlijk wat later met de voedselbonnen voor maaltijden. Op een keer ging plots het luchtalarm af, waarop mijn moeder zei ‘kom op, naar huis!’ Een kwartier later was een gedeelte van Rotterdam-West, waaronder de straat naast ons weggebombardeerd. Kwestie van een verkeerde berekening door de Engelsen, die de haven hadden willen raken. Het was een afschuwelijke ervaring.

Toen de hongerwinter van ’44-‘45. Mijn vader was in die tijd bokstrainer en verzorger bij boksschool Theo Huizenaar, die in de oorlog nog even trainer van Feyenoord was. Daar trainden ook Duitse sporters en om die reden had mijn vader een ‘Ausweis’ en mocht hij tijdens spertijd buiten zijn. Nou, van dat Ausweis heeft hij veelvuldig misbruik gemaakt. Zo ging hij aan de Coolhaven de gevorderde fietsen ‘bekijken’. Ja, mijn paatje was hondsbrutaal en kwam met een beste fiets thuis, eentje met voor en achter een bagagedrager om als het mogelijk was veel mee te nemen. Daarmee was het op naar de bewaakte Barendrechtse brug – waar nu de Heinenoordtunnel is - om in de Hoekse Waard de bij de Duitsers gepikte dozen zeep te ruilen voor eten. Zelf kroop ik bij de Coolhaven onder het prikkeldraad door om met een lange stok met grote spijkers aardappelen uit de kratten te pikken die op de binnenvaartschepen stonden, bestemd voor de Duitsers. Vaak was ik ook samen met mijn broer. Ook gingen we ‘Kuchies’, Duits brood, pikken in de Korenaarsstraat als de Duitse trucks de bakkerij uit kwamen rijden. Gelukkig voor ons werden wij op een keer tijdens het piepers pikken door de politie gepakt, anders waren wij er misschien niet meer geweest. Want de Duitsers gingen dat brood stelen tegen met schieten. Lucky Meijers waren we.

Toen kwam het moment dat er nergens meer eten was. Geen aardappelen of schillen, geen suikerbieten, niks meer. Totdat mijn vader nog aan een kratje bloembollen kwam, waarop we die dus maar poften op een vuurtje van onder spertijd gestolen spoorbielzen van het spoor aan de Hudsonstraat. Gas en licht hadden we niet meer, water wel. Licht regelde mijn vader met een fietsdynamo: wieltje er af en er een radertje op, kraan open en er was een lichtje boven tafel…

Als ik nu zie dat er goed eten weggegooid wordt, dan moet ik altijd weer aan die tijd denken. Zelfs een oude koek weggooien vind ik nog zonde. Goeie ouwe tijd, denk ik dan maar. Misschien wel een lange column, maar ach, misschien voor jonkies wel goed om dit te lezen. Want ondanks die mindere jeugd ben ik toch groot gegroeid.

Ook nu weer,

You’ll never walk alone.

Groetend,
Gerard Meijer.