Fanshop
Fanshop

Preview: Wij houden van die club (I)

Het boek ‘Wij houden van die club’, dat het seizoensgeschenk is voor alle leden van Het Legioen, wordt aanstaande zaterdag voorafgaand aan de wedstrijd tegen N.E.C. officieel gepresenteerd in De Kuip. In het boek vertellen in totaal 36 Feyenoorders over hun liefde voor en leven met de club. In de aanloop naar de presentatie is op deze site elke dag een deel uit één van de bijzondere verhalen uit het boek te lezen. In deel I: Jan Boskamp.
Het is tegenwoordig nauwelijks nog voor te stellen, maar toen Jan Boskamp zich op zestienjarige leeftijd aansloot bij de selectie van Feyenoord, deed hij de eerste vier maanden zijn mond niet open. Alleen met zijn vriend Wim Jansen, die een jaar ouder is dan hij, deelde hij af en toe een paar woorden in de kleedkamer, maar verder hield Boskamp zich gedeisd. Dat had twee redenen. Op de eerste plaats keek hij net iets te veel op tegen ploeggenoten als Coen Moulijn en Rinus Israel, die hij tot dan toe alleen maar als supporter vanaf de tribune had zien spelen. Daar kwam bij dat de spelers uit het Feyenoord van eind jaren zestig vrijwel allemaal uit Rotterdam kwamen en daar waren de omgangsvormen ook naar. ‘Die jongens wilden geen zeikerdjes in de groep’, herinnert Boskamp zich. ‘Je werd daarom getest, kreeg wel eens een schop. Je werd pas gewaardeerd als je ook een schop teruggaf. Ik was geen zeikerdje, dus gaf altijd een pegel terug. Dat kon na vijf minuten, na een uur of zelfs de volgende dag zijn, maar hij kreeg hem terug.’

Boskamp kwam van het Oude Noorden, de Rotterdamse wijk waar ook Moulijn opgroeide, en was wat dat betreft wel wat gewend. Al op jonge leeftijd had hij tussen het voetballen op straat door geleerd voor zichzelf te zorgen en om voor zichzelf op te komen. Zijn vader was suppoost bij Feyenoord en zodoende werd Jan zelf ook al vanaf zijn zesde kind aan huis bij die club. ‘Ik mocht altijd op de eerste rij zitten’, glimlacht Boskamp. ‘Voor de wedstrijd gingen we kroketten eten, maar als Feyenoord verloor gooide ik dat er allemaal weer uit. Moest ik overgeven. Ik was daar letterlijk ziek van.’

Het was niet alleen het voetbal dat indruk maakte op hem, maar vooral het immense stadion en de overweldigende sfeer. 65.000 mensen die ‘helemaal mesjogge’ werden als Feyenoord scoorde. Achteraf denkt Boskamp dat juist die periode toen hij klein was hem voorgoed Feyenoorder heeft gemaakt. ‘In die zin was die periode meer bepalend dan de tijd dat ik zelf voor Feyenoord speelde’, zegt hij.

Lees het volledige verhaal over Jan Boskamp in het boek Wij houden van die club. Het seizoensgeschenk valt volgende week op de mat bij alle leden van Het Legioen. Het boek is daarnaast te koop in de Feyenoord Fanshops.