Fanshop
Fanshop

'DIT WAS ZWAARSTE JAAR UIT MIJN LEVEN'

Jorien van den Herik zal niet aanwezig zijn tijdens de traditionele nieuwjaarsreceptie. De voorzitter verblijft dan in het buitenland voor vakantie, eentje waar Van den Herik naar eigen zeggen hard aan toe is. 'Het was het zwaarste jaar uit mijn leven. De reden kent u', aldus Van den Herik in een slotoverweging voor Feyenoord.nl en de Feyenoordkrant. Klik op meer om de volledige column van Van den Herik te lezen.
Laatste overdenking na een bewogen jaar 'Ik vlieg nog deze week het land uit. Ik ben het ‘even’ zat. En de reden kent u. Het was het zwaarste jaar uit mijn leven. Nog steeds denk ik: hoe is het mogelijk dat de overheid - het Openbaar Ministerie - op basis van een flinterdunne verdenking via het strafrecht zó op de man heeft kunnen spelen? Maar aan de andere kant ben ik gesterkt door de bijzonder heldere vrijspraak. In de rechtsprekende macht heb ik nog wel steeds vertrouwen. Drie onafhankelijke rechters hebben vastgesteld wat ik altijd al wist. Maar ondertussen heb ik wel vier jaar lang als verdachte in de wereld rond gelopen. Dat blijft onverteerbaar, zoals het ook onbegrijpelijk is dat er toch nog door het Openbaar Ministerie appel is aangetekend. Wat dit alles heeft gekost en nog zal kosten en wie dit op zijn geweten heeft (hebben) is het minste dat ik uitgezocht wil hebben als alles achter de rug is. Het einde van het jaar biedt mij de mogelijkheid om iedereen te bedanken voor de steun en het onvoorwaardelijke vertrouwen. Ik heb me zeker niet alleen gevoeld. Maar ik heb nu wel even de behoefte om elders in de wereld uit te waaien en de zinnen te verzetten. Dat ga ik dus doen ook. Op de komende nieuwjaarsborrel van Feyenoord zal ik er daarom niet zijn. De honneurs worden waargenomen door mijn bestuurscollega’s en managers, terwijl technisch directeur Rob Baan de traditionele heilwens zal uitspreken. Sportploeg van het Jaar zijn we niet geworden. Voetballers zijn niet populair bij hun collega’s in de andere sporttakken. Het zij zo. Jaloezie vervormt nu eenmaal de geest. Wij kunnen daar niks aan verhelpen. Schaatser Jochem Uytdehaage verwoordde het op de avond van de uitverkiezing, zonder op dat moment overigens aan Feyenoord te denken, misschien het best. Hij zei: ‘Toen ik hier naar toe reed, dacht ik: als ik geen sportman van het jaar word, wat moet ik dan nog méér presteren om het wèl te worden’? Dat geldt dus voor ons óók. Het plezier van het winnen van de UEFA Cup is er overigens niet door vergald. Zo moet u ook weer niet denken. Het was een schitterende prestatie, waarmee 2002 voor altijd in de geschiedschrijving is opgenomen. Ook financieel hebben we niet te klagen gehad. Maar ik blijf het herhalen, in de hoop dat het goed tot iedereen doordringt, en we niet onophoudelijk geconfronteerd worden met aankoopsuggesties (alsof we liggende gelden hebben), zonder een dergelijk succes en zonder het voortdurend één of twee ronden meespelen in de Champions League moeten we altijd weer héél snel pas op de plaats maken. Want het betaalde voetbal verkeert in zwaar weer. Na het Bosman arrest zijn de verhoudingen anders komen te liggen. Pierre van Hooijdonk heeft het laatst zelf gezegd. De macht ligt bij de spelers. Dat is ook zo, maar daar zijn uiteindelijk de bestuurders ook zelf debet aan. De grenzen van de financiële mogelijkheden van clubs zijn ook voor spelers die tot de subtop behoren te vaak overschreden. Als Feyenoord niet in staat is om de besten te kunnen betalen naar de normen die de zaakwaarnemers namens die spelers hanteren, dan is het publiek de eerste die de leiding van de club het verwijt maakt niet doortastend te zijn. Daarom stoor ik me altijd mateloos aan de ingezonden brieven of de aanbevelingen van de analytici op tv in de geest van: Feyenoord moet dié speler kopen, of dié. Ik ben dan bijna geneigd om twee dingen te zeggen: 1) waarvan? en 2) kom er eens bij zitten als er wordt onderhandeld. Zolang er niet wordt verkocht, kan Feyenoord niet kopen en moeten we roeien met de riemen die we hebben. Die riemen komen uit de opbrengsten van de sponsorcontracten, de tv-gelden en uit de luxe van de merchandising. De recettes komen pas op de derde plaats. Daarom doet het meer dan eens pijn als uit de hoek van de supporters de opmerking komt, dat Feyenoord alleen maar in geld denkt. Maar diezelfde supporters zouden – weet ik zeker - hevig teleurgesteld zijn als wij dezelfde dramatische duikeling zouden maken als Sparta. Overal hoor en lees ik dat clubs noodgedwongen moeten saneren. Niet alleen in de eerste- maar ook in de eredivisie. Alle partijen weten dondersgoed waar de schoen wringt, van clubs tot bonden en van bonden tot overheid, maar zolang dit besef niet is doorgedrongen tot de vertegenwoordigers van de spelers, de spelers zelf en het publiek, dan kan ik u verzekeren dat we nog een heel moeilijke tijd tegemoet gaan. Feyenoord gaat niet verder dan tot een grens. Dat is mijn verantwoordelijkheid. Ik zal deze club nóóit in een failliete toestand achterlaten. In het buitenland zijn mijn collega’s daar makkelijker in. Toen Real Madrid enkele jaren geleden tot over de oren in de schuld zat, ging men ervan uit dat de overheid toch wel zou ingrijpen. Die steun hebben we in dit land niet te verwachten. We moeten het allemaal zelf doen, onder steeds striktere voorwaarden en de overheid blijft halsstarrig weigeren de mogelijkheid voor een stadionverbod met meldingsplicht in het strafrecht op te nemen. De overheid voert overduidelijk en dagelijks merkbaar mismanagement in onze maatschappij, waardoor we straks nog zelf een alternatieve politiemacht in het stadion moeten aanstellen. Het politieke klimaat in Nederland is niet voetbalminded. Enfin, dat heeft u allemaal gemerkt toen onze club en ik voor de rechters moeten verschijnen. Ik weet niet waar die antipathie vandaan komt, en ik blijf die ook merkwaardig vinden, want als er grote wedstrijden in De Kuip zijn, zijn diezelfde overheidscoryfeeën de eersten die een kaartje willen hebben. Gratis.' Jorien van den Herik