Fanshop
Fanshop

RAEMON SLUITER EVEN THUIS IN DE KUIP

Hij is een groot Feyenoordfan, maar wedstrijden van zijn favoriete club bezoeken kan Raemon Sluiter nauwelijks. Altijd is hij immers onderweg voor zijn tenniscarrière. Nu is Sluiter weer eens in Rotterdam, moet hij nog tennissen ook. Op het ABN-AMRO-toernooi. Inderdaad, de hoofdsponsor van Ajax. ‘Ze probeerden me vanmorgen zelfs een lederen Ajax-agenda met mijn naam erop aan te smeren’, schamperde Sluiter tijdens zijn bliksembezoek aan de Kuip.
‘Ik ben blij weer even in Rotterdam te zijn. Helaas zal het bezoeken van een wedstrijd van Feyenoord er vanwege het World Tennis Tournament deze week opnieuw niet inzitten. Als ik een normale baan had gehad en in Rotterdam had gewoond zou ik wel elke week op de tribune van De Kuip zitten. Maar zo is het nu eenmaal en eigenlijk is het nooit anders geweest: ik kan slechts vier tot zes wedstrijden van Feyenoord per jaar bezoeken. Ik houd wel alles bij wat er over Feyenoord geschreven wordt, van VI tot Internet. Ik weet dus wat er gaande is, al is dat niet meer dan wat de meute ook weet. Daarom zal ik ook geen grondige analyse geven over het huidige elftal.’ ‘In interviews wordt er vaak gerefereerd aan het feit dat ik voor Feyenoord ben. Het is niet zo dat ik ergens binnen kom en zeg: ‘ik ben Feyenoordfan’, maar mensen associëren me er vaak mee. Of ik eenzelfde type tennisser ben als de Feyenoorders voetballers? Misschien wel, als je naar de mentaliteit kijkt. We zijn allemaal mensen die hard werken en niet zeuren. Ik woon al mijn hele leven in Rotterdam en daar staat de stad een beetje voor. Maar als ik dan toch een kleine analyse mag geven van dit Feyenoord, dan zijn die harde werkers ook verdomd goeie voetballers.’ ‘Deze week speel ik dus in eigen stad een toernooi. Is wel lekker, want ik kan nu mooi thuis slapen. Maar zo’n toernooi houdt wel in dat er door de pers en het publiek enorm aan je wordt getrokken. Dat is niet erg, maar daardoor is het tevens een drukkere week dan normaal. In een gewone week zit ik op mijn hotelkamer en speel ik eens per dag een potje tennis. Het reizen erbij maakt het juist zwaar. Zijn de resultaten goed, dan ga je dat vooral fysiek voelen. Verlies je veel, dan werkt 't hoofdzakelijk mentaal door. Maar de 35 weken die ik jaarlijks in het buitenland ben, zijn part of the job. Je hoort dat veel spelers na hun actieve carrière meteen coach worden, maar ik zal er na mijn afscheid meteen uitstappen. Misschien dat ik iets met kinderen trainen ga doen, maar dat reizen hoeft voor mij niet meer.’ ‘Mijn familie en vrienden zie ik weinig. Alleen tijdens trainingsweken ben ik even thuis. Mijn tennis wordt in ieder geval door iedereen geaccepteerd. Ze zijn er ook inmiddels aan gewend geraakt dat ik altijd weg ben. Nadat ik de HAVO afgemaakt had, ben ik ermee begonnen en dat is al zo’n acht jaar geleden. Ik word in april 25 en de meeste spelers tennissen tot hun dertigste, dus dat houd ik ook aan. Ik zie de sport op dit moment echt als mijn werk. Het hobby-gedeelte is er wel een beetje af. Bij een hobby speel je niet als je er geen zin in hebt. En ik heb heus ook wel eens geen zin, maar dan moet ik toch. Ik ben natuurlijk bevoorrecht dat ik deze baan heb en ik moet toch mijn geld verdienen. Neemt niet weg dat ik nog steeds weg ben van het spelletje. Eén tegen één, kijken wie er op dat moment de beste is. Maar zoals gezegd, met de randverschijnselen heb ik weinig.’ ‘Mijn imago is de laatste tijd gelukkig veranderd. Ik ben niet meer de nationale knuffelbeer. Ik ben gewoon wie ik ben en ik zeg wat ik denk. Voel ik me klote, dan zeg ik dat. Gaat het goed, dan zeg ik dat ook. En natuurlijk heeft de Davis Cup positief bijgedragen aan mijn populariteit. Tijdens mijn debuut in vijf sets winnen van Ferrero, dat heeft de toon gezet. Toch kan ik nog steeds makkelijk over straat. Ik word wel eens herkend, maar dat gebeurt weinig. Sporadisch mag ik een handtekening zetten als ik in een restaurant zit. En in het buitenland word ik al helemaal niet herkend.’ ‘Of ik ooit een wereldtopper kan worden? Dat is wel de bedoeling. Ik sta nu rond de 75ste plaats op de wereldranglijst en het is mijn doel bij de eerste vijftig te komen. Dat zit zeker in me. Als ik niet in die veronderstelling was, kon ik rustig stoppen. Ondanks het feit dat ik mijn geld met tennis verdien, wil ik ook het maximale bereiken. En of ik dit nu doe in Miami of Rotterdam, dat maakt me niets uit. Ik wil graag op dit toernooi goed spelen, maar mocht ik in de eerste ronde worden uitgeschakeld en volgende week in Kopenhagen de finale halen, zal ik niet lang treuren. En het is onvoorstelbaar dat ik juist in Rotterdam tegen mijn maatje Martin Verkerk moet aantreden. Dat krijg je nu eenmaal als Krajicek en Siemerink met hun vingers aan de loting gaan zitten... Het wordt lastig, want ik heb van de drie onderlinge ontmoetingen tot nog toe er geen één kunnen winnen.’ ‘Al met al heeft het ABN-AMRO-toernooi iets extra’s boven andere toernooien. Het wordt gespeeld in de stad waar ik woon en ik ben hier ballenjongen geweest. Maar die hoofdsponsor is een beetje raar. Vanochtend probeerden ze me nog een lederen Ajax-agenda met mijn naam erop aan te smeren. Toen vroeg ik me toch even af wat dit toernooi ook alweer zo speciaal maakte?’ Dinsdag speelt Raemon Sluiter zijn partij in de eerste ronde van het tennistoernooi in Ahoy’. Tegenstander is Martin Verkerk.