Fanshop
Fanshop

BEEN VERTROUWT OP OVERWINNING OP PSV

Jong Feyenoord staat vanavond voor de taak om zich een ticket te verschaffen voor de bekerfinale voor beloftenteams. In Eindhoven wacht vanaf 18.30 uur PSV, een tegenstander van naam, maar ook een ploeg die te pakken is. Op de ranglijst van de belofteneredivisie is het Brabantse team slechts terug te vinden op de negende positie. ‘Maar deze wedstrijd staat op zich’, zegt coach Mario Been van Jong Feyenoord. ‘Al heb ik er alle vertrouwen in.’
Jong Feyenoord zou op basis van de stand dus de (torenhoge) favoriet moeten zijn, maar Been waakt voor al te veel optimisme. ‘Zo lust ik er nog wel een paar. Deze wedstrijd staat los van de competitie. En voor ons is het bepalend welke spelers van het eerste mee kunnen doen. Die maken voor ons vaak het verschil. Ik weet nog niet welke jongens uit de selectie tegen PSV inzetbaar zijn.’ Maar ook met een aantal eerste selectiespelers binnen de gelederen morste Jong Feyenoord de laatste wedstrijden punten. ‘Dat was onnodig’, weet ook de trainer. ‘De nederlaag bij AZ was geflatteerd en van Volendam hadden we eigenlijk moeten winnen. We hebben nog een lastig competitieprogramma, met liefst vijf uitduels op rij. We kijken van wedstrijd tot wedstrijd, maar eerst vanavond PSV.’ Met een overwinning in Eindhoven kan Feyenoord dus een finaleplaats opeisen. In die finale staat, naast de beker uiteraard, nog een belangrijk iets op het spel: de uiteindelijke winnaar plaatst zich namelijk voor het grote Amstel Cup-toernooi. ‘Dat is natuurlijk helemaal leuk. Dit zou een mooie ervaring zijn voor die gasten. Zeker, na de lange weg die we dit jaar in de Amstel Cup voor beloften hebben afgelegd. Twee poulerondes en een lastige wedstrijd tegen Heerenveen hebben we al achter de rug. Maar toen hadden we ook de inbreng van spelers van Feyenoord I.’ Been heeft in ieder geval veel zin in de ontmoeting met PSV. ‘Ik heb alle vertrouwen in een goed resultaat. Wanneer we ons best doen, kunnen we winnen. Ik zal niemand hoeven te motiveren, want als dat zou moeten hoeven we niet eens te beginnen.’