Fanshop
Fanshop

A1 STELT TELEUR IN OOSTENRIJK

A1 is tijdens de paasdagen op het internationale toernooi van Admira Wacker als vijfde en voorlaatste gefinisht. Na het niet ingecalculeerde dubbele verlies in de poulewedstrijden (2-0 tegen Austria Wien en 2-1 tegen het Turkse Galatasaray) volgde in de strijd om de vijfde en zesde plaats dan eindelijk een overwinning. Zondag werd Glasgow Rangers met 1-0 door de Rotterdammers verslagen.

Het toernooi werd gewonnen door Admira Wacker, dat in een finale die het aanzien nauwelijks waard was in een Oostenrijks onderonsje met Austria Wien net even te sterk bleek: 1-0.

Het gegeven dat Feyenoord in zijn eerste poulewedstrijd verloor van één van de twee latere finalisten strooide deed Henk Fräser alleen maar pijn. Want vooral díe nederlaag kwam aan bij Feyenoords trainer. Austria immers presteerde maar matig tegen zijn A1. Het pleit daarbij niet voor Feyenoord, dat de ploeg zich in die povere voorstelling liet meezuigen. Eigenlijk leverden de Rotterdammers met hun handelswijze een blauwdruk af voor het optreden in de resterende twee wedstrijden.

Henk Fräser bekende ruiterlijk dat hij op zo’n vertoning van zijn elftal niet had gerekend. ‘Te veel spelers bleven onder, respectievelijk ver onder hun niveau. Ook diegenen die normaal altijd wel goed zijn voor een voldoende.’ Een verklaring had Fräser niet voorhanden, maar vooral Elroy Lammers en Gianni Zuiverloon presteerden in de Oostenrijkse hoofdstad mager. Daarnaast bewaart Fräser ook aan het bepaald niet glanzende optreden van de beide vleugelverdedigers Ard van Peppen en Dion Dickhoff minder goede herinneringen.

Waar Feyenoord tegen Austria bij rust (de wedstrijden duurden 2x30 minuten) op voorsprong had moeten staan, hikte A1 halverwege tegen een 1-0 achterstand aan. ‘Eigen schuld,’ vond Fräser. ‘In de eigen competitie geldt dat, in het internationale voetbal helemaal: als je zelf niet scoort, ga je de teil in.’ Waarvan acte. Een half uur later droop Feyenoord, dat Dustley Mulder voortijdig met een rode kaart zag vertrekken, met een 2-0 verlies op zak af.

Op eerste paasdag acteerde Feyenoord tegen Galatasaray al niet veel beter. Fräser, eerder aandachtig toeschouwer bij het duel van de Turken tegen Austria, waarschuwde zijn ploeg nadrukkelijk voor de voetballende capaciteiten van de tegenstander. Zijn betoog leek zowaar te beklijven. Onder aanvoering van de voortreffelijke Mark van de Boogaart en Jonathan de Guzman kon A1 met een 1-0 voorsprong (doelpunt De Guzman na voorbereidend werk Tim Vincken) gaan rusten. Na rust werden de Nederlanders echter overlopen. Galatasaray schakelde een versnelling hoger en weg was Feyenoord: 1-2.

‘Vooraf schatte ik ons hoger in dan Austria en minstens gelijkwaardig aan Galatasaray,’ aldus een teleurgestelde Fräser. ‘Als echte Nederlanders werden we weer eens geklopt op instelling en, drie of vier spelers uitgezonderd (Feyenoords trainer doelde daarbij naast de ‘winners’ Van de Boogaart en De Guzman ook nog op Resham Sardar en Dustley Mulder) op de ontbrekende wil om te winnen. De rest moet nog veel leren.’

Waarna Feyenoord zondagavond niets ander restte dan de strijd om de laatste en voorlaatste plaats. Glasgow Rangers heette daarin de tegenstander. Een magere 1-0 overwinning (treffer De Guzman) in Feyenoords voordeel was uiteindelijk het resultaat. ‘Maar die uitslag had ondanks de geweldige inzet van de Schotten veel hoger in ons voordeel moeten uitvallen,’ was Fräser ook daar kritisch. ‘Met het vijfde (Fräsers eigen elftal) hadden we die rangers met dubbele cijfers weggespeeld.’’

Niettemin zag Fräser, die vooraf van het drietal Galatasaray, Internazionale en Feyenoord twee ploegen zag doordringen tot de eindstrijd, ook de positieve kanten van de vrijwel collectieve absentie van zijn elftal. ‘Voor de meeste spelers was dit toernooi een uitstekende les in hoe het per se niet moet. Voetbaltechnisch waren we minstens gelijkwaardig aan iedereen. Mentaal schortte er nogal het een en ander aan. Er lopen nog te veel softies in het team. Het grootste gedeelte van de groep schatte niet goed in hoe je aan een toernooi als dit moet beginnen. Tja, en zo’n instelling draai je dan niet één, twee, drie meer om.’