Fanshop
Fanshop

HISTORISCH DUEL: FEYENOORD – NEC

De concurrentie zag het met ongeloof aan hoe Feyenoord in het kampioensseizoen ‘98/’99 de ene na de andere wedstrijd won. Vaak was het terecht, maar soms verdienden de Rotterdammers het niet en werd er toch gewonnen. Typerend was de wedstrijd tegen NEC, waarin Feyenoord blij mocht zijn met een gelijkspel. Feyenoord zou echter niet één punt, maar op bijna onverklaarbare wijze drie punten aan het duel overhouden door een 1-0 zege.

Feyenoord – NEC was de wedstrijd van Luuk Maes. De NEC-verdediger speelde uitstekend. Maes had de opdracht Feyenoords gevaarlijkste man te schaduwen en deed dat met zo veel enthousiasme, dat Cruz meer op de grond lag dan dat hij stond. Maar het was die dag niet alleen Maes die goed speelde, want de rest van het team bleef ook moeiteloos op de been in De Kuip. NEC had zelfs de beste kansen gehad. Voor rust schoot Jack de Gier op de paal en zag hij een inzet van de lijn gered door Patrick Paauwe. Maes, zes jaar later: ‘NEC verdiende minimaal een punt en tot enkele minuten voor tijd geloofden we daar allemaal in.’

Het zou anders lopen, want de Nijmegenaren zouden De Kuip met lege handen verlaten. Aan de basis van die nederlaag stond de beste man aan NEC-zijde: Maes. De vrije bal van Paauwe leek niet voor gevaar te zorgen, totdat Maes de bal via een ongelukkige sliding in het doel tikte. De Kuip explodeerde, want niemand had nog op de overwinning gerekend. NEC-trainer Jimmy Calderwood zou na afloop spreken van het geluk van de koploper.

Paauwe beaamt dat. Feyenoord zat het hele seizoen in een roes, blikt hij terug. ‘Bijna alles klopte en niets ging verkeerd. We hadden zoveel positieve energie. Dat heb je niet vaak in een team. In de UEFA Cup had ik dat gevoel ook. We hadden zo’n positieve uitstraling. Achteraf is zoiets ongelooflijk. Want dat seizoen gold er één ding: als wij die bal er niet in schopten, deed de tegenstander het wel. We hebben dat jaar een record aantal eigen doelpunten meegekregen. Een echte verklaring kan ik er niet voor geven, in zo’n roes moet je zitten.’

Maes was het grote slachtoffer aan NEC-zijde. ‘Het is zes jaar terug, maar ik zie mezelf op televisie nog zo op de grond zitten’, zegt hij. ‘Ik lachte maar wat, als een boer met kiespijn. Je ziet me denken: waarom gebeurt mij dit na zo’n goede wedstrijd, waarom ik? In deze wedstrijd stond ik op het punt om met een lekker gevoel van het veld af te stappen, tot dat ik die ongevaarlijke voorzet in eigen doel werkte. Tegenwoordig kan ik er wel om lachen. Toen ik de spelersbus inging, werd ik aan alle kanten bedankt door Feyenoord-supporters. Ik glimlachte maar wat. Het was zo’n lullig moment. Ik had zo goed gespeeld…’