Fanshop
Fanshop

Schelvis: ‘We zijn van Fred gaan houden’

Bij de uitvaartplechtigheid van Fred Blankemeijer sprak Emile Schelvis namens de Nederlandse Sportpers een dankwoord uit voor datgene wat de oer-Feyenoorder bij leven voor hem en zijn collega-journalisten had betekend.

Uitgesproken bij de crematie van Fred Blankemeijer
Rotterdam, 13 november 2010.

Geachte familie, Feyenoord-familie, belangstellenden.

Mij is gevraagd namens de Nederlandse Sportpers te spreken bij de uitvaart
van Fred Blankemeijer.

Zoals u misschien wel weet was Fred sinds de jaren ’90 perschef van Feyenoord en toen hij in 2004 het vaandel overgaf, bleef hij wel, zolang zijn gezondheid het toeliet, de persconferenties leiden.
En gelukkig maar, want ik durf zonder overdrijving te stellen dat ik en mijn vele van mijn collega’s in de loop der jaren een beetje van Ome Fred zijn gaan houden. Van zijn eenvoud, van zijn cynisme, van zijn voetbalwijsheid en van zijn humor, uiteraard.

Collega Leo Verheul vertelde vorige week voor Feyenoord tv hoe Fred een persconferentie plotseling kon afbreken omdat het -ie allemaal teveel gezeur vond en spelen op de man, in dit geval de trainer. Dan werd je ineens abrupt naar een drankje en de broodjes kroket aan de bar verwezen. Wegwezen, dag. Konden we er nog eens even rustig over nadenken..
Of zoals Michel van Egmond in Voetbal International schreef over hoe Fred Blankemeijer in een zin een wedstrijd op zijn Rotterdams,op zijn Feyenoords kon neerzetten. Bij een moeizame 1-0 zege zei hij dan: zo die hebben helemaal weggetikt... Ik zie het ‘m zo nog zeggen.

En Chris van Nijnatten typeerde dinsdag in het Algemeen Dagblad Fred als een onneembare winterdijk voor iedereen die Feyenoord durfde te belagen. Mooie getuigenissen.

In de jaren ’80 maakte ik als journalist van het toenmalige Vrije Volk zelf voor het voor het eerst kennis met Fred Blankemeijer die me na die eerste ontmoeting steevast begroette met ‘Hallo jochie!!!” Dat ben ik altijd gebleven, zelfs nadat ik mijn 50e verjaardag had gevierd. En ik mocht hem absoluut geen meneer noemen. Ik durf wel te stellen dat ik me mede door zijn aanwezigheid altijd welkom voelde in de Kuip. En dat gold voor vele collega’s, weet ik.

Met anderen erbij was Fred nooit een man van veel woorden, wel van een subtiele oogwenk als het ging om een voetbalsituatie. Want, je zou het bijna vergeten in die hele rij functies die hij heeft bekleed, het spelletje zelf, dat bleek toch zijn voornaamste brandstof. Hij zag in het voetbal, los van zijn liefde voor Feyenoord, zowel de grote lijnen als de details. Dat was interessant en leerzaam om als journalist je eigen gevoel aan te toetsen. In dat opzicht was hij misschien nog wel meer een perschef.
En ongetwijfeld dat ik door het karakter Fred Blankemeijer allergisch ben
geworden voor het woord communicatie-manager.

Fred was voetbal was Feyenoord en zo communiceerde hij. Ook dat ligt in zijn nalatenschap verankerd. Mooie herinneringen bewaar ik aan de keren dat ik aan zijn bureau zat in het Maasgebouw en hij zonder al teveel weemoed vertelde over het Feyenoord en het Rotterdam van vroeger. Dan besefte je weer eens temeer wat voor een bijzondere club Feyenoord is en wat voor een bijzondere Feyenoorder Fred Blankemeijer was --moeten we nu helaas zeggen.
Namens alle collega’s, Ome Fred dank voor alles, de wijsheid, de humor. Een paar jaar geleden werd de perszaal al omgedoopt in de Fred Blankemeijerzaal, ik hoop en ga er zelfs een beetje vanuit dat in een nieuwe Kuip die ruimte zo blijft heten. Opdat wij, de collega’s die hem van nabij hebben meegemaakt kunnen blijven getuigen van de unieke man die hij was.

Emile Schelvis