Fanshop
Fanshop

Cabral en Schaken in element op flanken

Jerson Cabral en Ruben Schaken omhelsden elkaar zondag na afloop van de wedstrijd tegen sc Heerenveen in de catacomben van De Kuip, waar de teleurstelling over het uitblijven van de zege voelbaar was. ‘Ik heb van je genoten’, vertrouwde Cabral zijn oudere ploeggenoot toe, waarna hij terugkeek op de wedstrijd. ‘Dat wij met meer man op het veld stonden, hadden we uit moeten spelen. Dat we dat niet hebben gedaan, stelt me teleur. De kansen waren er, alleen zijn we vergeten die te benutten.’

Cabral en Schaken eisten in de tweede helft de hoofdrollen voor zich op, nadat trainer Ronald Koeman de buitenspelers van flank had laten wisselen. Schaken speelde daardoor na de rust van rechts en Cabral aan de voor hem vertrouwde linkerkant. ‘In de tweede helft ging het veel beter’, zei laatstgenoemde. ‘Opeens liep het niet meer stroef, maar waren wij onze tegenstander de baas. Je zag het ook bij de 2-2 van mij. Ruben bereidde dat doelpunt goed voor. Ik denk dat ik de bal aardig raakte.’

Schaken had lovende woorden over voor Cabral en sprak zelfs van een ‘fantastisch doelpunt’ en een ‘heel sterk optreden’ van de jeugdinternational. Aan zijn eigen spel hield Schaken een goed gevoel over. ‘Na de rust ging het op rechts super, nadat het in de eerste helft op links wat moeizamer verliep’, zei hij. ‘Vorige week ging het juist aan de linkerkant goed. Het is moeilijk aan te geven waar dat aan ligt.’

Net als tegen Heracles Almelo nam Schaken ook tegen Heerenveen een assist voor zijn rekening. Dat kwam gelegen, zo liet de buitenspeler weten. ‘Het rendement moet namelijk omhoog’, zei hij. ‘Dan is het lekker om belangrijk te zijn met een assist. Maar ik wil nu ook doelpunten gaan maken.’

Schaken zag in de slotfase met veel genoegen hoe jeugdspeler Anass Achahbar sterk debuteerde in het eerste elftal door zonder enige schroom de aanval te kiezen. ‘Anass is een mooi ventje’, besloot Schaken. ‘Hij durft te voetballen, ook als hij meetraint. Hij had een paar goede acties. Mooi dat er weer een jongen uit de eigen jeugd zich aandient.’