Fanshop
Fanshop

Zich misdragende bezoeker blijkt kaarthouder NAC Breda

De man die zondag, tijdens de wedstrijd NAC-Feyenoord, provocerend gedrag vertoonde naar het uitvak blijkt een Bredanaar te zijn en kaarthouder van NAC. Feyenoord-speler Diego Biseswar is, onder andere door de Feyenoord Supporters Vereniging (FSV) op zowel de eigen website als in de media, dan ook ten onrechte in verband gebracht met deze zich misdragende bezoeker van de wedstrijd. Feyenoord en de speler laten weten het te betreuren dat door de FSV er direct van uit werd gegaan dat de betreffende man bij Diego Biseswar hoorde. Dit zonder zich eerst op de hoogte te stellen van de werkelijke feiten.
Biseswar zelf distantieert zich uiteraard met klem van de provocaties die de bewuste bezoeker van de wedstrijd NAC-Feyenoord deed richting het uitvak met Feyenoord-supporters. ‘Ik ken de persoon in kwestie helemaal niet’, vertelt de Feyenoorder. ‘Hij liep vanaf de ingang met mijn neef en mij mee en ging ook naast ons zitten. Tijdens de wedstrijd begon hij ineens raar te doen richting ons publiek. Als ik hem had gekend, had ik hem er zondag echt wel op aangesproken.’

Toen er vanuit het uitvak reacties kwamen op de provocaties, haalde een steward de raddraaier van het vak. De steward verzocht ook Biseswar en diens neef om mee te komen. ‘Ik ben netjes meegelopen en heb die steward uitgelegd dat die jongen niet bij ons hoorde. Toen konden wij gelukkig weer terug naar de tribune, terwijl die jongen terecht uit het stadion is verwijderd.’

Nadat in het uitvak de indruk ontstond dat de persoon tot het gevolg van Diego Biseswar behoorde, kreeg de aanvaller zelf ook de nodige verwensingen naar het hoofd geslingerd. ‘Dat was helemaal niet leuk’, zegt de Feyenoorder. ‘Zoals het ook niet leuk is om nu allerlei onzinnige dingen op internet te moeten lezen over mezelf. Ik had gehoopt dat mensen mij iets beter kennen dan dit. Ik was in Breda om de ploeg te steunen. Feyenoord is mijn club, geen vriend van mij zal die club besmeuren. Maar ik ben natuurlijk niet verantwoordelijk voor de misdragingen van iemand die ik niet eens ken.’