Fanshop
Fanshop

Koeman: ‘We doen al een tijd waar we goed in zijn’

De kracht van Feyenoord is dit seizoen de organisatie die staat als een huis. Daar waren hoofdtrainer Ronald Koeman, Dani Fernández, Karim El Ahmadi, Kelvin Leerdam en Erwin Mulder het dinsdag tijdens de Feyenoord Supportersavond roerend over eens. ‘We zetten als ploeg goed druk op de tegenstander’, zei laatstgenoemde tijdens een van de sessies van Studio Feyenoord. ‘De organisatie staat heel goed en daardoor krijgen we veel minder tegengoals dan vorig seizoen.’
Koeman ging tijdens de door Frank Vijg gepresenteerde talkshow terug naar zijn entree bij Feyenoord, toen hij schrok van de doelcijfers van het vorige seizoen. ‘Het doelsaldo was negatief’, zei de coach. ‘Dat kan niet bij Feyenoord. Bij het bouwen van een ploeg begin je bij de organisatie. Vergelijk het met een huis. Bij de bouw daarvan begin je ook niet met het dak, maar met de fundering.’

El Ahmadi behoort bij Feyenoord tot het middenrif en kreeg vele vragen van supporters uit de zaal op zich af, onder meer over de samenwerking met Jordy Clasie. De Marokkaans international stak zijn waardering voor het van Varkenoord afkomstige talent niet onder stoelen of banken. ‘Jordy vult mij perfect aan’, zei hij. ‘Hij zorgt ervoor dat ik goede wedstrijden kan spelen.’

Leerdam liet desgevraagd weten dat de overwinning op Ajax in De Kuip voor hem vooralsnog het mooiste moment van het seizoen is. ‘En dan zeker het feest na afloop met de supporters’, zei hij. Toen het grijpen naar de microfoon van Ron Vlaar ter sprake kwam, hield Mulder zich op de vlakte wat betreft de zangkwaliteiten van de aanvoerder. ‘Ik denk dat hij goed te horen was’, lachte de doelman.

Vanzelfsprekend kwam ook de ontknoping van de eredivisie ter sprake, nu Feyenoord met nog vier wedstrijden te gaan volop meedoet om de bovenste plaatsen. ‘We doen al een tijd waar we goed in zijn’, besloot Koeman. ‘Dat moeten we blijven doen, net zoals we moeten zorgen dat we in elk geval Europees voetbal halen. Tijdens de laatste wedstrijden moeten we vooral naar onszelf en niet naar het programma en de concurrentie kijken.’