
Feyenoord had lange tijd ook een atletiekafdeling. Op 27 juni 1923 werd dat zelfs tot uitdrukking gebracht in de naam: Rotterdamsche Voetbal en Athletiek Vereeniging 'Feyenoord'. In de loop der jaren werd de atletiekbeoefening naar de achtergrond gedrongen. In het begin van de oorlog deed de club nauwelijks iets aan atletiek en daarna verdween de afdeling helemaal. Vanaf 1954 deed men een poging honkbal als zomersport bij Feyenoord in te voeren. Op Varkenoord deden de honkballers en softbalsters hun intrede.
Tot 1983 zouden ze onder de vlag van Feyenoord acteren, daarna gingen ze zelfstandig door. In de jaren na de introductie van de honk- en softbalafdeling wemelde het op Varkenoord van het voetbaltalent.
Uit het arsenaal van honderden jongetjes moesten wel voetballers voortkomen die hun geluk mochten beproeven in de Kuip. Jan Hordijk bijvoorbeeld, die in 1956 voor de ballotagecommissie verscheen en negen jaar later een duel om de Europacup I tegen Real Madrid op zijn conduitestaat had staan. Of Hans Venneker, die halverwege de jaren zestig als midvoor of rechtsbuiten dikwijls een doelpunt maakte in de Kuip. Op Varkenoord had de van Spartaan'20 afkomstige junior merkwaardig genoeg jarenlang als doelman zijn partijtjes gespeeld. Toen Feyenoord A1 voor een wedstrijd tegen Neptunus eens twee keepers en te weinig veldspelers telde, had Venneker er geen bezwaar tegen voor die ene keer als rechtsbuiten te spelen.
Terwijl Bram Geilman tussen de palen stond, leverde de gelegenheidsaanvaller vervolgens met vijf doelpunten een royale bijdrage aan de zege (7-2). De sluitpost besloot een voetbalbestaan als veldspeler te gaan leiden. In die hoedanigheid zou hij in Feyenoord I op 29 november 1964 vijf keer tegen Ajax scoren.
Hans Venneker hoorde tot een buitengewoon talentrijke lichting. De latere eerste-elftalspelers Wim Jansen, Joop van Daele en Jan Boskamp maakten er als berucht 'binnentrio' ook deel van uit, evenals Pleun Strik, Henk Warnas, Kick van der Vall, Piet Vrauwdeunt en Nico Kunst, die 'aan de overkant' uiteindelijk allen een fractie te licht werden bevonden, maar elders wel zouden slagen. Het was in die dagen een loodzware opgave om na een opleiding op Varkenoord een stek te verwerven tussen de gevestigde orde in de Kuip. Feyenoord was op weg de sterkste ploeg van de wereld te worden. Uiteindelijk zou alleen Wim Jansen in dat team de weg weten te vinden, hoewel Jan Boskamp en matchwinnaar Joop van Daele - beiden als invaller - ook van de partij waren toen in 1970 de Wereldbeker aan het Legioen werd getoond.
Bron: o.a. Feyenoord Compleet, Waanders Uitgeverij