VARKENOORD | KOUD WATER

Tijdens de eerste jaren na de verhuizing van Feyenoord naar Varkenoord werd de route van de jeugdafdeling naar het hoogste team nog op relatief grote schaal gevolgd. Dankzij hun verblijf op Varkenoord kenden de jonge eerste-elftalspelers Gerrit Hol, Riny van Woerden en Hans van der Hoek elkaar van haver tot gort. Op zaterdagochtend moest iedereen in die tijd nog werken of naar school, maar 's middags stonden er vaak zo'n drieduizend mensen naar het sterke A-juniorenteam te kijken.
Daarin hadden de drie vrienden een paar jaar eerder ook nog gespeeld. Als pubers hadden Hol, Van Woerden en Van der Hoek zich na een duel op Varkenoord met koud water wat gewassen, om vervolgens snel de piepkleine, maar oergezellige kantine van Jan van Zwieten op te zoeken.

Er kwam een breuk in die traditie door de invoering van het betaald voetbal in 1954. Feyenoord-voorzitter Cor Kieboom was één van de belangrijkste initiatiefnemers. In het vervolg mocht een club zijn voetballers met geld belonen. Wie aardig met de bal uit de voeten kon, hoefde geen genoegen meer te nemen met een broodje kaas en een glaasje prik. Cor Kieboom, die meende dat de mensen op Rotterdam-Zuid recht hadden op het mooiste voetbal van Nederland, zou voortaan diep in de buidel tasten om in de Kuip de beste spelers van het land voor het voetlicht te brengen. Die spelers hoefden niet per se afkomstig te zijn uit de eigen jeugdopleiding. Voetballers die na hun verblijf op Varkenoord in aanmerking wilden komen voor het eerste elftal, moesten steeds vaker opboksen tegen begenadigde spelers met een verleden bij een andere club.

De doortastende aanpak van Cor Kieboom had twee gevolgen: Feyenoord speelde na een periode zonder aansprekende successen weer een rol in de hoogste regionen, maar steeds minder spelers met een achtergrond op Varkenoord veroverden een basisplaats in het eerste.

Wim 'Pingel 'de Kreek stond symbool voor die ontwikkeling. De jonge linksbuiten, afkomstig van de Dordtselaan op Rotterdam-Zuid, werd in de vroege jaren vijftig op Varkenoord beschouwd als een grote belofte. Hij was de smaakmaker van de hoogste jeugdelftallen en in 1955 maakte hij als 18-jarige zijn debuut in de Kuip. In dat zelfde jaar was echter ook ene Coen Moulijn van Xerxes aangetrokken. De jonge De Kreek had de pech dat juist Coen Moulijn zou uitgroeien tot één van de beste linksbuitens die ooit op een voetbalveld z’n kunsten lieten zien. Zo kweekte De Kreek zitvlees op de bank, waarna de belofte uit de eigen jeugd uiteindelijk maar naar het Dordtse DFC vertrok. 'Wim was een talent en ook een vriend. Maar ja, ik kon het ook niet helpen dat er maar één linksbuiten mocht staan', zei Coen Moulijn ooit over de man die hij uit het hoogste elftal van Feyenoord hield.

Bron: o.a. Feyenoord Compleet, Waanders Uitgeverij

VARKENOORD | VAN BRONCKHORST | NAAR VARKENOORD | KOUD WATER | DROOM | KING | WIMPIE JANSEN | NIET ALLEEN VOETBAL | RIJVERS & KRAAIJ | GROTE ZWARTE HOED | TALENTEN | ROTTERDAMSE BRUTALITEIT | VAN BASTEN | TIPS UIT DE HELE WERELD