
Ook na 1970 liepen op Varkenoord heel wat jongetjes rond, die later bij een andere club in het betaald voetbal aan hun trekken zouden komen. René van der Gijp bijvoorbeeld, een neef van Feyenoords voormalig topschutter Cor, die evenals Hans Kraaij junior in het elftal van jeugdtrainer Cas Hubregtse speelde. De gewezen sergeant had het niet zo begrepen op het gevoel voor humor van de latere international. Van der Gijp waagde het eens te laat op Varkenoord te verschijnen. Op het moment dat zijn ploegmakkers zich tot overgave aan hun warming-up wijdden, stapte de balorige B-junior doodleuk uit een taxi en showde hij vol trots de grote, zwarte hoed op zijn hoofd. Van Hubregtse mocht hij weer verdwijnen.
In de eerste helft van de jaren zeventig schaafden op Varkenoord ook latere eerste-elftalspelers als Jan Everse, Wim van Til, Peter Houtman, Stanley Brard, Michel van de Korput en Ben Wijnstekers aan hun talent. De laatste stond als puber nog niet bekend als venijnige back. De van Overmaas afkomstige Wijnstekers ging op Varkenoord door het leven als een wat weke spits, die techniek prefereerde boven opgestroopte mouwen. Pas na zijn overgang naar de A-selectie en vooral na zijn militaire dienst ontwikkelde hij zich tot de verbeten karaktervoetballer die velen zich herinneren. Wijnstekers geldt als Feyenoords eerste jeugdspeler na Wim Jansen, die langdurig in het eerste en in het Nederlands Elftal acteerde.
Bron: o.a. Feyenoord Compleet, Waanders Uitgeverij