
Omdat na 1954 op voetbalgebied het neusje van de zalm in de Kuip kwam spelen, werd het steeds moeilijker om via Varkenoord 'de overkant' te bereiken. Feyenoord I werd in 1961 voor het eerst in 21 jaar weer landskampioen. In het basisteam acteerden nog slechts twee spelers die zich al als jochie in het rood en wit hadden gehuld: rechtsback Gerard Kerkum en linksback Cor Veldhoen. De eerste werd geschoold aan de Kromme Zandweg, de tweede had op Varkenoord enige faam verworven als een snelle, technisch bekwame stopperspil.
Veldhoen, een jongen ‘van Zuid', had in de jaren vijftig op Varkenoord in het hoogste juniorenteam gespeeld. Dat bestond voor de helft uit jongens uit zijn buurt die stuk voor stuk dezelfde droom hadden: spelen in het grote Feyenoord. 'We waren allemaal opgegroeid met die club', zei Veldhoen eens. 'Als jongetje ging je al aan de hand van je vader mee naar het Feyenoordstadion. Dat was een vanzelfsprekendheid voor bijna ieder jochie op Rotterdam-Zuid. En op zondag troffen al die Feyenoordertjes elkaar in de Kuip weer op vak P, het jongensvak’. Veldhoen maakte in 1956 als 17-jarige zijn debuut in Feyenoord 1.
Bron: o.a. Feyenoord Compleet, Waanders Uitgeverij