Na het ontslag van Julian speelde Feyenoord weer twee jaar zonder trainer. Bestuurslid Jaap Kruys monterde de spelers op en masseerde ze met zijn geheime 'wonderelixer'. Toch werd een echte trainer gemist. Dus kwam in 1924 kwam Harry Waites naar Feyenoord. Onder Waites behaalde Feyenoord in 1924 zijn eerste landskampioenschap, maar het afdelingskampioenschap van 1925 werd verspeeld. Volgens velen vanwege onvoldoende training. Waites vertrok weer en na een jaar onder masseur Engel Geneugelijk te hebben getraind, arriveerde in het najaar van 1926 Jack Hall uit Engeland. Over de bescheiden Hall, die bij zijn aankomst geen Nederlands sprak, waren de meningen verdeeld. Onder Hall werd Feyenoord in 1928 wel voor de tweede keer landskampioen, maar na het teleurstellende seizoen 1929/30 vertrok hij naar PSV.
In zijn plaats kwam de Engelse profspeler Joseph Lamb. Deze kreeg echter al snel heimwee. Zo erg, dat hij volgens het clubblad 'zonder zijn opzeggingstermijn in acht te nemen op een zeker ogenblik spoorloos was verdwenen'. (Oud-)spelers als Bertus Bul, Cor van der Velde en Puck van Heel namen vervolgens de trainingen voor hun rekening.
De volgende Engelse trainer was Eddy Donaghy, ex-midvoor van Bradford City, die het uithield van 1931 tot 1935. Van hem is niet veel meer bekend, dan dat hij de spelers die op de training naast schoten een strafrondje liet lopen.
Onder Donaghy begon het bestuur te beseffen dat de training en coaching op een te laag peil stonden. De Engelse trainers hadden zich beperkt tot elementaire trainingen en aanwijzingen. Opstelling en tactiek bleven het domein van de elftalcommissie. Daarin had de trainer, net als de aanvoerder, slechts een adviserende stem. In 1934 werd besloten tot de oprichting van een technische commissie, die erop toezag dat de spelers en wisselspelers van het eerste elftal twee maal per week gingen trainen. Als klap op de vuurpijl trok het bestuur in 1935 een trainer aan van een totaal ander kaliber dan zijn voorgangers.
Harry Waites (1924-1925)De Engelsman Harry Waites kwam in de zomer van 1924 van LAC Frisia uit Leeuwarden naar Feyenoord. De sympathieke Waites hield het slechts tot april 1925 uit. Hij werd ontslagen omdat men vond dat hij te weinig kwaliteiten had.
Engel Geneugelijk (1925-1926)Geneugelijk nam in de zomer van 1925 tijdelijk de training over. Zelfs met hulp van Adriaan Koonings bleek het trainerschap voor de masseur te hoog gegrepen.
Jack Hall (1926-1930; 1939-1940)In het najaar van 1926 kwam Jack Hall naar Rotterdam. Onder zijn leiding werd Feyenoord in 1928 kampioen van Nederland. Na een teleurstellend seizoen in 1930 vertrok hij naar PSV om na negenjaar terug te keren. Het landskampioenschap van 1940 maakte hij niet meer mee. Gedwongen door de oorlog keerde hij terug naar Engeland.
Joseph Lamb (1930)De Engelse trainer Joseph Lamb werd in 1929 binnengehaald. Binnen enkele maanden kreeg de Brit echter last van heimwee en keerde huiswaarts. Bertus Bul, Cor van der Velde en Puck van Heel hielpen Feyenoord het seizoen door.
Jaap Kruys (1930-1931)Bestuurslid Jaap Kruys nam één seizoen het team onder zijn hoede. Ondertussen speurde het bestuur driftig naar een nieuwe coach.
Eddy Donaghy (1931-1935)De ex-spits van Bradford City hield het vier jaar aan de Kromme Zandweg uit. Onder zijn leiding werd tweemaal het afdelingskampioenschap behaald.