|
|
|
Na de succesvolle openingsjaren beleefde de Kuip zwarte dagen in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens het Duitse bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 bleef het stadion op een glaswand na ongehavend. In 1940 werd het vier maanden lang in beslag genomen door het Duitse leger. In 1941 hing de toekomst van de Kuip aan een zijden draadje omdat er grote verliezen werden geleden. De firma Rijsdijk kreeg zelfs opdracht een bod tot sloop te doen -vier jaar na de opening! Uiteindelijk kwam het niet zover, omdat de gemeente zich als schuldeiser coulant betoonde.
Vanaf 21 april 1943 mocht er van de Duitse autoriteiten niet meer in de Kuip worden gevoetbald en keerde Feyenoord terug naar de Kromme Zandweg, waar de lagere elftallen in 1937 waren gebleven. Stadion Feijenoord beleefde in november 1944 de zwartste dag uit zijn geschiedenis. Duizenden mannen van Rotterdam-Zuid werden op 10 november in bet stadion bijeengedreven, voordat ze werden weggevoerd.
Ook het oude Feyenoord-terrein aan de Kromme Zandweg deed dienst als verzamelplaats voor de ongelukkigen. Aan de Kromme Zandweg verdwenen in de hongerwinter van het laatste oorlogsjaar de houten tribune en bet clubgebouw; het bestuur verkocht de opstallen voor ze in de kachels van kleumende Rotterdammers konden verdwijnen. In 1950 nam de hele Feyenoord-familie definitief afscheid van de Kromme Zandweg en verhuisde naar bet huidige complex op Varkenoord.
Bestuurslid en oud-doelman Jan Visser keek in 1948 melancholiek terug op bet oude terrein en sprak over 'een verlies wat niet gedekt kan worden door bet bezit van een machtig stadion, omdat het moderne je nooit die gezellige sfeer van intimiteit en saamhorigheid heeft gegeven, wat je aan het oude verloor.'
|
|
|
|
|