Bert van Marwijk kwam in de zomer van 2000 van Sittard naar Rotterdam met als missie Feyenoord attractiever voetbal te laten spelen. De voormalige linksbuiten slaagde daar wonderwel in. Na zijn komst werd Feyenoord weer een vaste titelpretendent, terwijl het toeschouwersgemiddelde in De Kuip steeg naar ouderwetse waarden. De kroon op zijn vele werk kreeg Van Marwijk op 8 mei 2002, toen Feyenoord onder zijn leiding voor het eerst in 28 jaar de UEFA Cup veroverde. Omdat Rotterdam in die dagen in de rouw was over de laffe moord op politicus Pim Fortuyn liep de geboren Deventenaar een welverdiende huldiging op de Coolsingel mis, maar desalniettemin werd zijn naam voor eeuwig verbonden met Feyenoords nieuwe Europese roem. De bescheiden Van Marwijk beleefde zijn ultieme triomf op een manier die in Rotterdam aansprak. 'Ik uit me misschien minder uitbundig dan je zou verwachten,' zei Feyenoords trainer, 'maar neem van mij aan dat ik dolgelukkig ben! Ik ben ongelooflijk blij, dit is een historische prestatie.'
Een jaar later bereikte Van Marwijk - die talentvolle jonge spelers als Van Persie, Leonardo, Loovens, Swerts, Boutahar en Snoyl liet debuteren - de Amstel Cupfinale. Daarin ging Feyenoord evenwel met 4-1 onderuit tegen FC Utrecht. Na vier mooie seizoenen verruilde Bert van Marwijk Feyenoord uitgerekend voor Borussia Dortmund, de club die hij in de UEFA Cupfinale nog had verslagen.
Bert van Marwijk (2000-2004)
Met vier dienstjaren in zijn eerste periode werd Bert van Marwijk Feyenoords langstzittende trainer sinds de invoering van het betaalde voetbal. Tijdens die voor een Feyenoord-trainer ongekend lange periode slaagde Van Marwijk er in de UEFA Cup te winnen, iets wat door niemand meer voor mogelijk werd gehouden. 'Met zijn allen hebben we geschiedenis geschreven', wist de nuchtere trainer direct na afloop van de finale.