Bij de start van de eredivisie in 1956 kwam de destijds vermaarde Nederlandse oefenmeester Jaap van der Leck naar de Kuip. De elftalcommissie was inmiddels vervangen door een commissie betaald voetbal. Deze commissie bepaalde in overleg met de trainer de opstelling en was verantwoordelijk voor het transferbeleid en de organisatie van de trainingen. Onder Van der Leck speelde Feyenoord oogstrelend voetbal en stroomde de Kuip vol. De verwachtingen groeiden, maar ook Van der Leck kon Feyenoord geen kampioen maken. In februari 1959 werd bekend dat Feyenoord en Van der Leck uit elkaar zouden gaan. Piet de Wolf, al jaren de trouwe assistent-trainer, nam de trainingen over. De beminnelijke Tsjech George Sobotka kwam in 1959 naar Rotterdam-Zuid. Als trainer was hij zeer succesvol, want na het eerste seizoen eindigde Feyenoord met Ajax gedeeld bovenaan (en verloor de beslissingswedstrijd). Na het tweede seizoen, in 1961, werd Feyenoord voor het eerst sinds 1940 weer landskampioen en konden de vlaggen uit. Net als zijn voorgangers propageerde Sobotka het technische voetbal, hoewel in zijn periode met Rein Kreijermaat en Jan Klaassens spelers werden aangetrokken die het labiele elftal aan meer vechtlust en kracht hielpen.
Ondanks het kampioenschap van 1961 moest Sobotka wijken voor de Oostenrijker Franz Fuchs, die al een aantal jaren in Nederland werkzaam was. Onder Fuchs werd Feyenoord in 1962 opnieuw kampioen en beleefde het zijn eerste Europacupavonturen, met als absoluut hoogtepunt in 1963 de halve finale tegen Benfica. In 1963 kwam de Roemeen Norberto Höfling, die zelf een uitstekend speler was geweest. Hij stelde zich echter ver boven de groep, kreeg veel kritiek omdat hij met de opstelling en de tactiek aan het experimenteren sloeg en werd na één seizoen de laan uitgestuurd.
Om een betere coördinatie te bewerkstelligen werd Guus Brox in 1964 de eerste bezoldigde manager van Feyenoord. Voortaan moesten de trainers met hem, of zijn opvolgers, overleggen. Daarmee kwam een einde aan de commissies die in al die voorgaande jaren veel invloed hadden gehad.
De Oostenrijker Willy Kment was de eerste trainer onder manager Brox. Hij bleef drie jaar in de Kuip. Tijdens die periode stapte Feyenoord af van de vijfmansvoorhoede en ging het 4-2-4-systeem spelen; de vijfde aanvaller maakte plaats voor een centrale verdediger. In het eerste seizoen van Kment werd Feyenoord kampioen, maar Kment kreeg veel kritiek na de 5-0 nederlaag in de Europacup tegen Real Madrid in 1965. Veteraan Puskas had namelijk geen mandekking gekregen en beleefde daardoor de avond van zijn leven. Na deze serie buitenlandse trainers mocht jeugdtrainer Ben Peeters het twee jaar in de Kuip proberen. De vriendelijke Peeters slaagde er niet in een overwicht op de spelersgroep te krijgen, maar bij zijn vertrek in 1969 liet hij met de dubbel een prachtig afscheidscadeau achter.
Jaap van der Leck (1956-1959) De hoog gewaardeerde Jaap van der Leck werd in juli 1956 aangetrokken als trainer. Onder zijn leiding speelde Feyenoord schitterend voetbal. De publieke belangstelling steeg. Desondanks bracht hij de titel niet naar de Kuip.
Piet de Wolf (1958-1959)
De Wolf, al jaren de assistent-trainer, nam in februari 1959 de taken van Jaap van der Leck over. De Wolf schreef veel over de tactische en technische aspecten van het voetbal.
George Sobotka (1959-1961)In 1959 werd de ex-speler van Slavia Praag en het Tsjechische nationale elftal aangetrokken. Hij was de eerste trainer die de landstitel in het betaalde voetbal naar de Kuip haalde. Na het kampioenschap in 1961 besloot hij trainer te worden van FC Basel.
Franz Fuchs (1961-1963)In Nederland was Fuchs bekend geworden als trainer van ADO, SHS en Blauw Wit. In zijn eerste jaar haalde hij het kampioenschaal binnen. In zijn laatste seizoen was hij verantwoordelijk voor Feyenoords eerste Internationale succes. Pas in de halve finale van de Europacup voor landskampioenen moesten de Rotterdammers hun meerdere erkennen in Benfica. In de zomer van 1963 vertrok hij naar het Amsterdamse Blauw Wit.
Norberto Höfling (1963-1964)De opvolger van Fuchs werd de Roemeen Norberto Höfling. De vroegere speler van onder meer MTK Budapest en AS Roma was vanaf 1954 negenjaar werkzaam als trainer bij Club Brugge. Höfling kon niet wennen aan de Nederlandse mentaliteit en werd na één seizoen ontslagen.
Willy Kment (1964-1967)Als opvolger van de Roemeen Höfling werd de Oostenrijker Willy Kment geëngageerd. Eerder was hij werkzaam als coach van VVV, het Noorse nationale elftal en DOS. Onder zijn leiding behaalde Feyenoord in 1965 voor het eerst de dubbel. De Oostenrijker was drie seizoenen actief als trainer in de Kuip. Onder zijn leiding werd de eerste buitenlandse speler (Harry Bild) aangetrokken.
Ben Peeters (1967-1969)
Peeters werd in 1967 benoemd tot trainer van het eerste elftal. De Hagenaar was sinds 1960 jeugdtrainer bij Feyenoord. Van 1960 tot 1966 was hij tevens docent aan de trainersopleiding van de KNVB. Na het behalen van de dubbel in 1969 werd Peeters opnieuw jeugdtrainer.