
De vier speciale Feyenoord-treinen passeerden die nacht uitgestorven stationnetjes in een donker Duitsland zonder te stoppen. De stemming binnen was opperbest. Iemand begon over de wedstrijd Feyenoord-De Volewijckers. Die legendarische wedstrijd van 2 april 1956, eindstand 11-4, waarin Henk Schouten maar liefst negen keer scoorde. Negen keer. Dat waren drie hattricks. En dan te bedenken dat Schouten op de midvoorplaats stond omdat Cor van der Gijp, die andere goalgetter in Feyenoords loondienst, geblesseerd was. De andere twee doelpunten kwamen van Tinus Bosselaar en Riny van Woerden. Het Feyenoord-legioen smeekte Schouten om een tiende goal. Die kwam er wel, maar werd helaas afgekeurd. Jammer. Een bijkomstigheid was dat het scorebord in het stadion geen dubbele cijfers had en dat daarom de rode cijferborden van de speedwaywedstrijden er aan te pas moesten komen.
Een ander in die Feyenoord-expres uit Milaan raakte daarna niet uitgepraat over een wedstrijd waarin Coen Moulijn een grote rol speelde. Dat was op 8 September 1965 tegen Real Madrid in de competitie om de Europacup. Feyenoord won met 2-1, wat op zich al genoeg was om de avond onvergetelijk te maken, en dat in het bijzijn van prinses Beatrix, haar verloofde en haar vader.

Het stadion was afgeladen. Dat sprak vanzelf. Grote sterren als de Hongaar Ferenc Puskas zag men niet elke dag in Rotterdam. In de eerste plaats kwamen de bezoekers natuurlijk voor hun eigen Feyenoord. Dat Feyenoord voerde een heroïsche strijd. Verdediger Hans Kraaij kreeg een trap tegen zijn hoofd van de Madrileen Pachin en verliet al in de 31ste minuut het veld met een zware hoofdwond en een bebloed hoofd. Die zou zeker linea recta naar het ziekenhuis gaan maar tot verbazing van iedereen stond hij na de rust weer gewoon in het veld, met vijf krammen in het hoofd en een groot verband er omheen. Hij maakte zelfs het winnende doelpunt.
De winst op het grote Real Madrid maakte de wedstrijd op zich al onvergetelijk, een gemene actie van back Miera tegen Coen Moulijn deed dat zeker. Vlak voor de eretribune, met de koninklijke gasten, nam Miera Coen in de heupzwaai. De kreet van verontwaardiging moet tot in Breda te horen zijn geweest. Moulijn was zo kwaad, dat hij overeind krabbelde en de Spanjaard achterna vloog, daarbij te hulp geschoten door de andere Feyenoorders. Supporters klommen over de nieuwe, twee meter hoge hekken of ze er niet stonden. Miera zigzagde het veld over om de Feyenoorders te ontlopen. Politie, suppoosten en officials van beide teams snelden toe. De Tsjechische scheidsrechter Karol Galba vond het beter de wedstrijd af te fluiten.
In de kleedkamer vertelde Cor Veldhoen dat hij het jammer vond dat hij Miera niet te pakken had gekregen. Gangsters noemde hij de Spanjaarden, gangsters, die niet tegen hun verlies konden. Wat waren ze hem tegengevallen. Guus Haak sprak minachtend over gajes, waarmee hij de Madrileense achterhoede bedoelde. Henny Weering beklaagde zich over de klappen en schoppen die hij had gekregen. Er was geen bal in de buurt en scheidsrechter Galba had net gedaan of zijn neus bloedde.
De supporters deerde dat niet. Die konden hun geluk niet op. Feyenoord had Madrid verslagen, al had de Koninklijke zich lelijk te schande gemaakt. Rotterdam was die avond een dode stad geweest. ledereen had de wedstrijd willen zien, thuis of in de Kuip. Nu brak het feest los. De cafés op Rotterdam-Zuid liepen vol met uitgelaten supporters. Twee weken later werd duidelijk dat er nog een lange weg was te gaan. In Madrid kreeg Feyenoord met 5-0 klop. Dat was dan jammer, maar dat mooie moment op die 8ste september 1965 kon niemand hen meer afnemen.
Bron: o.a. Feyenoord Compleet, Waanders Uitgevers / Mr. J. Oudenaarden