|
|
|
Om Feyenoord eindelijk weer aan een kampioenschap te helpen werd voor het seizoen 1951/52 Richard Donibi teruggehaald. Ook de wonderdokter wist echter niet meer dan een vierde plaats te behalen en na dat jaar hield hij het weer voor gezien. Koonings kreeg de hoofdverantwoordelijkheid terug, maar het bleef rommelen in de Kuip. Het betaald voetbal deed zijn intrede en in 1955 was het onzeker of Feyenoord zich voor de nieuw te vormen hoofdklasse zou kunnen plaatsen. Opnieuw werd een beroep gedaan op Dombi, die de 'mentale voorbereiding' voor zijn rekening ging nemen en alsnog de plaatsing voor de hoofdklasse binnenhaalde.
In 1955 verhuisde Koonings als kantinebeheerder naar Varkenoord. Dombi bleef nog één seizoen bij Feyenoord. De magie van voor de oorlog was uitgewerkt, maar desondanks gelden hij en Ernst Happel als de twee grootste trainers uit de geschiedenis van Feyenoord.
Dombi en Happel hadden veel gemeen: beiden waren geboren in Wenen, ze spraken hetzelfde soort koeterwaals en rond hun optreden hing een waas van geheimzinnigheid.
|
|
|
|
|