DE TRAINERS | DE EERSTE OUD-SPELERS

Trainer Jack Hall kwam vervolgens na negen jaar terug, maar het landskampioenschap in de zomer van 1940 maakte hij niet meer mee. Vlak voordat de Duitsers Nederland binnenvielen was hij naar zijn vaderland vertrokken. Gedurende enkele maanden sprong bondsoefenmeester Karel Kaufman in en in het seizoen 1940/41 nam masseur en bokstrainer Theo Huizenaar de honneurs waar.

De oud-spelers Kees van Dijke en Kees Pijl hielpen Feyenoord vervolgens de oorlog door. Zij waren de eerste twee ex-spelers die ook als trainer bij Feyenoord actief werden. De derde op rij was Adriaan Koonings, bijgenaamd King, die eerder Sparta en Willem II onder zijn hoede had gehad. Van 1946 tot 1955 probeerde King onvermoeibaar het technisch niveau, de eerzucht en de successen van voor de oorlog terug te brengen. Hij introduceerde hij bij Feyenoord het stopperspilsysteem, waarin de centrale middenvelder afzakte naar de verdediging. Deze grote verandering was omstreden, omdat een meer verdedigende opstelling van het hele elftal het resultaat was. Onder Koonings bleven successen uit en daarom kreeg hij tijdens het seizoen 1950/51 de Engelsman Harry Topping boven zich. Dat duurde maar één jaar, omdat Topping volgens Feyenoord-geschiedschrijver Phida Wolff 'niet overstroomde van beheersing van de stof.'

Karel Kaufmann (1940)
Na het vertrek van Jack Hall nam bondstrainer Karel Kaufmann enkele maanden diens taken waar.






Theo Huizenaar (1940-1941)

Het was in de oorlogsjaren een moeilijke zaak voor de Nederlandse verenigingen om een goede coach binnen te halen. Theo Huizenaar, eigenlijk masseur en bokstrainer, nam één seizoen de honneurs waar.




Kees van Dijke (1941-1942)
Van Dijke was de eerste ex-speler van Feyenoord die ook trainer van de club werd. De drievoudig international die met Feyenoord tweemaal kampioen werd nam één seizoen het trainerschap op zich.





Kees Pijl (1942-1946)
Pijl, de schutter uit de beginperiode van de club, hielp Feyenoord de oorlogsjaren door. Eenmaal behaalde hij het afdelings- kampioenschap. De man die meer dan tweehonderd maal voor de Kuipploeg scoorde, was de tweede ex-speler die de technische leiding had.




Adriaan Koonings (1946-1950; 1952-1955)

Oud-speler Koonings nam in 1946 de leiding over van Kees Pijl. De King, die eerder trainer was van Sparta en Willem 11, introduceerde in de Kuip het stopperspilsysteem.





Harry Topping (1 950-1951)

Vanwege uitblijvende resultaten greep Feyenoord in 1950 terug naar een Engelse trainer. Dat bleek verre van een garantie voor kwaliteit en Topping kon al na één seizoen afscheid nemen.





INTRO | WONDERELIXER | DE WONDERDOKTER | DE EERSTE OUD-SPELERS | DOMBI'S TERUGKEER | MEER WIJZEN UIT HET OOSTEN | KEIN GELOEL | MENS | KAPPEN EN DRAAIEN | BERGAFWAARTS | OPNIEUW OUD-SPELERS | ABSOLUUT DIEPTEPUNT | HERSTEL ONDER JANSEN | KROMME AAN HET ROER | ANALYTICUS HAAN | DE BESTE VAN NEDERLAND | NIEUWE EUROPESE ROEM | OP ZOEK NAAR SUCCES