
Pas na de oorlog, na de invoering van het betaald voetbal in 1954 om precies te zijn, werd de Feyenoord-massa dus tot “Legioen” omgedoopt. Dat was niet zonder reden. In het seizoen 1954/55, het eerste jaar van het betaald voetbal, kwamen in het stadion gemiddeld ruim 16.000 mensen op de wedstrijden van Feyenoord af. In het begin van de jaren zestig zaten er om de twee weken meer dan 40.000 supporters in de Kuip. Feyenoord beheerste zo langzamerhand het leven van talloze arbeidersgezinnen. In Rotterdam-Zuid wilden alle jongetjes op straat een speler van Feyenoord zijn. Tot woensdag werd in fabrieken en kantoren over de wedstrijd van het afgelopen weekeinde gesproken. Daarna wogen de kenners de kansen van hun favorieten voor het komende duel.
De scheepswerf en machinefabriek van Piet Smit jr. stond praktisch naast het Feyenoordstadion. Van de 5.000 arbeiders die er werkten, zat een groot deel eens in de twee weken in de Kuip. Wanneer Feyenoord verloor, wreef in Rotterdam-Zuid alleen de schillenboer vergenoegd in z'n handen. Niemand kreeg dan een hap door zijn keel. De varkens vonden de volgende dag de heerlijkste lekkernijen in hun trog, zo wist men te vertellen.
Bron: o.a. Feyenoord Compleet, Waanders Uitgeverij